Skip directly to content

Samen werken

Samen werken aan een gezondere wereld

Ziekten hebben geen grenzen. Alle partijen in de wetenschap en de gezondheidszorg (overheid, wetenschap en de farmaceutische industrie) zouden deze ook niet moeten hebben. Het gemeenschappelijke belang is immers gezondheid.

We omarmen verandering, interactie en innovatieve partnerschappen.

Meer en meer werken we dan ook samen met onderzoeksorganisaties, toonaangevende academici, wereldwijd opererende gezondheidsorganisaties, overheden, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties en andere farmaceutische bedrijven.

De afgelopen paar jaren heeft Pfizer heel goed gekeken naar onze manier van R&D zoals we dat in het verleden deden. We hebben wetenschap en commerciële doelstellingen beter geïntegreerd wat ervoor gezorgd heeft dat onze aanpak nog meer gestoeld is op samenwerking, nog meer gefocust is en – in onze optiek – nog daadkrachtiger is voor patiënten. Uiteindelijk hebben we gewerkt aan het ontwerp van een systeem dat patiënten kan voorzien van een voortdurende toestroom van belangrijke nieuwe vaccins en geneesmiddelen, ieder jaar weer.

Wij richten ons hierbij op de gebieden waarvan wij menen dat Pfizer in de beste positie verkeert om patiënten van unieke, noodzakelijke behandelingen te voorzien. Deze gebieden omvatten o.a. chronische ontstekings- & auto-immuunziekten, vaccins, kanker, cardiovasculaire ziekten & metabole ziekten, neurowetenschap & pijn, zeldzame ziekten en biosimilars. Rond deze indicatiegebieden hebben wij de beschikking over innovatieve en hoogwaardige deskundigheid voor de ontwikkeling van geneesmiddelen en vaccins.

De sleutel tot onze manier van werken is om op nieuwe en actieve manieren met andere vernieuwers in de gezondheidszorg, zoals academische wetenschappers, patiëntenverenigingen, overheden, andere farmaceutische bedrijven en artsen, samen te werken.

Door samen te werken, kennis te delen en ervaringen uit te wisselen wordt het tempo van innovatie verhoogd en daar heeft iedereen baat bij. Samenwerking is uiteindelijk vooral voor de patiënt van belang.

15.PFE.3.270