Acne is de medische term voor jeugdpuistjes.
Acne ontstaat door verstopte (mee-eter met een zwart puntje) of ontstoken (puist met een geel kopje) talgkliertjes.
Waarom de een wel en de ander geen acne krijgt, is onbekend. In de puberteit zijn hormoonveranderingen veelal de oorzaak.
Tussen het 15e en 25e jaar komen ze het vaakst voor.
Acne is ongevaarlijk en onschuldig.
Acromegalie is een hormonale afwijking die het resultaat is van de toegenomen afscheiding van groeihormoon (GH) en IGF-I (Insuline-achtige groeifactoren).
Acromegalie wordt gekarakteriseerd door het te snel groeien van bot, zwelling van de weke delen, hartaandoeningen en daarmee samenhangende afwijkingen.
Acromegalie is een zeer zeldzame aandoening.
Immunosuppressiva (afweeronderdrukkende middelen) helpen bij het reguleren van het afweersysteem van uw lichaam, nadat u een orgaantransplantatie heeft ondergaan.
Ze worden gebruikt om te voorkomen dat het lichaam getransplanteerde nieren afstoot en worden gewoonlijk gebruikt samen met geneesmiddelen met de naam corticosteroïden en aanvankelijk met ciclosporine.
De ziekte transthyretine- (TTR-) amyloïde polyneuropathie wordt ook wel familiaire TTR-amyloïde polyneuropathie (TTR-FAP)genoemd.
TTR-amyloïde polyneuropathie wordt veroorzaakt door een eiwit dat niet goed werkt. Dit eiwit heet TTR. TTR is een belangrijk eiwit dat andere stoffen, zoals hormonen, door het lichaam vervoert. Bij patiënten met deze aandoening valt het TTR uiteen. De eiwitfragmenten kunnen vezels vormen die amyloïd worden genoemd. Het amyloïd kan worden afgezet rondom zenuwen en op andere plaatsen in het lichaam. Hierdoor kunnen de zenuwen en organen niet meer normaal werken. Uiteindelijk veroorzaakt dit amyloïd de ziekteverschijnselen.
Medicatie kan voorkomen dat het TTR uiteenvalt en daarmee dat amyloïd wordt afgezet. Dit geneesmiddel wordt gebruikt voor de behandeling van volwassen patiënten met deze aandoening bij wie de zenuwen zijn aangetast (mensen met symptomatische polyneuropathie).
Angina pectoris (hartkramp) is een pijnlijk, drukkend gevoel op de borst. Het treedt op bij lichamelijke inspanning en verdwijnt weer bij rust. De pijn kan naar de hals, kaak, schouder of arm trekken.
De klachten van angina pectoris ontstaan als het hart even te weinig zuurstof krijgt. Vernauwde aderen naar het hart (kransslagaderen) zorgen ervoor dat er minder bloed en zuurstof naar het hart gaan.
Vooral bij lichamelijke inspanning ontstaan door het zuurstoftekort klachten van pijn op de borst. Ook andere factoren zoals stress en overgang van warmte naar koude kunnen klachten veroorzaken.
Als een angst geen reële grond heeft en de betrokken persoon er sociale of beroepsmatige problemen door ondervindt, is er sprake van een stoornis.
Er dient sprake te zijn van buitensporig of onevenredig lang aanhoudende angst en subjectief lijden of belemmering van het dagelijks functioneren.
In het diagnostisch classificatiesysteem DSM-IV worden de volgende angststoornissen onderscheiden:
- Paniekstoornis met of zonder agorafobie (fobie voor het aanwezig zijn op een plaats of in een situatie waaruit ontsnappen moeilijk is of geen hulp te verwachten valt)
- Sociale fobie of angststoornis
- Specifieke of enkelvoudige fobie
- Obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis
- Gegeneraliseerde angststoornis
- Posttraumatische stress-stoornis
- Hypochondrie
- Angststoornis door een lichamelijke aandoening
- Acute stressstoornis
- Angststoornis door alcohol of drugs
Anticonceptiva voorkomen dat een eitje volledig tot ontwikkeling komt en tijdens de menstruatiecyclus uit de eierstokken vrijkomt en/of belemmeren de innesteling van een embryo in de baarmoeder.
Als er geen eitje vrijkomt, kan dit niet door sperma worden bevrucht en niet tot een zwangerschap leiden.
Artritis psoriatica is een chronische ziekte waarbij er naast ontstekingen in gewrichten ook huidafwijkingen zijn. Het is de combinatie van gewrichtsklachten en psoriasis. Deze ziekte kan ontstaan bij mensen die psoriasis hebben. Hoewel mensen met artritis psoriatica vaak eerst huidklachten ontwikkelen, kunnen gewrichtsklachten ook eerder of gelijktijdig optreden.
Het meest opvallende verschil tussen reumatoïde artritis en artritis psoriatica is dat bij de laatstgenoemde ook huidklachten zijn. Dit hoeft echter niet altijd heel zichtbaar aanwezig te zijn. Wat betreft de gewrichtsklachten strekken die zich bij reumatoïde artritis veel minder vaak uit tot het bovenste vingerkooitje, terwijl dat bij artritis psoriatica juist wel zo is. Ook zijn bij artritis psoriatica zowel de nagels als nagelbedden vaak ontstoken.
De precieze oorzaak van artritis psoriatica is nog niet bekend. Men weet wel dat het waarschijnlijk aan meerdere factoren ligt en dat net zoals bij reumatoïde artritis en psoriasis, een overactief afweersysteem een rol speelt.
Psoriasisachtige klachten zijn vooral een schilferende en rode huid die jeukt en pijn doet, alsook dikke brokkelige nagels en nagelbedden.
Artritisachtige symptomen – vaak minder duidelijk dat psoriasisachtige symptomen – zijn onder andere pijn in de (onder)rug en de nek, pijnlijke gewrichten, pijnlijke zwellingen van vingers en tenen, ochtendstijfheid die langere tijd aanhoudt en intense vermoeidheid.
In tegenstelling tot reumatoïde artritis komen de klachten aan de gewrichten meestal niet symmetrisch (tegelijkertijd aan de linker- en rechterhelft van het lichaam) voor. Symptomen van gewrichten en de huid kunnen zowel tegelijkertijd als apart voorkomen.
Ongeveer 8% van de mensen met psoriasis krijgt artritis psoriatica.
Artrose is de medische benaming voor versleten gewrichten. Het is een van de drie hoofdvormen van reuma.
Artrose is slijtage van het kraakbeen rondom de gewrichten. Het kraakbeen wordt dunner en zachter. Vaak ontstaat geleidelijk pijn. Ook kan men last van stijfheid ontwikkelen. In een later stadium kan artrose tot een verandering in lichaamshouding leiden.
Factoren die de kans op artrose vergroten zijn langdurige belasting van de gewrichten (b.v. door overgewicht), zwaar lichamelijk werk, intensief sporten en andere ziekten van de gewrichten ( zoals reumatoïde artritis, jicht en pseudojicht).
Vleesbomen zijn goedaardige knobbels die op verschillende plaatsen in de baarmoeder kunnen voorkomen.
Ze bestaan voornamelijk uit spierweefsel.
Klachten kunnen zijn hevig bloedverlies, bekkenpijn/druk in het bekken/zwaar gevoel, rugpijn of pijn in de benen, pijn tijdens het vrijen, druk op de blaas en druk op de darmen.
De meeste vrouwen met vleesbomen hebben geen of weinig klachten. Ze moeten alleen behandeld worden als ze klachten geven.
Als voorbereiding op een operatie aan vleesbomen kunnen artsen medicatie voorschrijven waardoor de vleesboom kleiner wordt.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe. Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd).
Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
De binnenzijde van de baarmoeder is bekleed met slijmvlies en in dat slijmvlies kan kanker ontstaan. Het is een langzaam groeiend gezwel dat vanuit het slijmvlies doorgroeit in de spierwand van de baarmoeder.
De oorzaak van baarmoederslijmvlieskanker is niet precies bekend, maar oestrogene (vrouwelijke) hormonen spelen wel een belangrijke rol.
Baarmoederslijmvlieskanker is één van de meest voorkomende kankers van de vrouwelijke geslachtsorganen en komt vooral op oudere leeftijd voor. Het komt zelden voor vóór het 40e jaar. De gemiddelde leeftijd waarop het zich openbaart is ongeveer 65 jaar.
Om de baring van een (bijna) voldragen zwangerschap (vanaf 38 weken of vanaf 36 weken indien de longen van het kind voldoende ontwikkeld zijn) kan een arts medicatie voorschrijven.
Geneesmiddelen kunnen gebruikt worden ter bescherming van patiënten die vatbaar zijn voor irritatie of zweren van de maag of het maag darmkanaal.
Als de bijnierschors onvoldoende werkt, bijvoorbeeld bij de ziekte van Addison of het adrenogenitaal syndroom, wordt er onvoldoende cortisol en aldosteron aangemaakt.
Aldosteron is van belang voor de zout- en waterhuishouding van het lichaam en het handhaven van de bloeddruk. Cortisol is van belang voor het energie- en botmetabolisme en het moduleren van neurale en immunologische processen.
Om dit tekort door onvoldoende werking, of niet goed functioneren, te behandelen kan een arts een bijnierschorshormoon voorschrijven.
De druk die in de bloedvaten ontstaat als gevolg van het bij iedere slag samen trekken en ontspannen van het hart noemen we de bloeddruk.
Bloeddruk wordt in twee getallen uitgedrukt. De bovendruk (druk bij het samentrekken) en de onderdruk (druk bij het ontspannen).
Artsen spreken van een verhoogde bloeddruk als de bovendruk 140 of hoger is, of als de onderdruk 90 of hoger is.
In veel gevallen is geen oorzaak voor een hoge bloeddruk te vinden.
Het kan familiair bepaald zijn. Ook kunnen overgewicht, het gebruik van veel zout, veel drop en veel alcohol de bloeddruk verhogen. Het gebruik van bepaalde medicijnen, zoals sommige pijnstillers (zoals ibuprofen en diclofenac) of corticosteroïden (prednison) kan de bloeddruk doen stijgen. In zeldzame gevallen is de hoge bloeddruk het gevolg van een nieraandoening.
Hoge bloeddruk geeft bijna nooit klachten.
Hoge bloeddruk is geen ziekte, maar geeft wel een verhoogde kans op hart- en vaatziekten (bijvoorbeeld een beroerte of een hartinfarct). Het is zodoende een risicofactor voor hart- en vaatziekten.
Hemofilie is een erfelijke stoornis in de bloedstolling.
Hemofilie komt voornamelijk bij mannen voor. Hemofilie is een ziekte die op jongens wordt overgedragen. Vrouwen zijn drager van de erfelijke eigenschap die ervoor zorgt dat een of meerdere belangrijke stollingsfactoren in het bloed niet worden aangemaakt.
De verschillende stollingsfactoren worden door middel van Romeinse cijfers aangeduid. Bij hemofilie A is dit een tekort aan Factor VIII, bij hemofilie B een tekort aan Factor IX.
Door het tekort of het ontbreken van een van de stollingsfactoren stolt het bloed minder goed, waardoor de kans bestaat dat een wondje na enkele uren of dagen weer gaat bloeden. Ook kunnen er bloedingen in gewrichten en spieren optreden.
Hierdoor kunnen op den duur ernstige beschadigingen ontstaan die de patiënt invalideren.
Bij mensen met bepaalde afwijkingen in de bloedstolling (bloedstollingziekten), of bij mensen die door een andere oorzaak lang blijven bloeden, kunnen artsen medicatie voorschrijven bij bloedingen of gevaar voor bloedingen.
Dit gebeurt bijvoorbeeld bij bepaalde operaties of het trekken van kiezen bij patiënten met hemofilie (bloederziekte).
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe. Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd).
Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
Borstkanker is een kwaadaardig gezwel dat zich ontwikkelt in het weefsel van de borst. Zo’n gezwel bestaat uit lichaamscellen die, om onbekende redenen, ongecontroleerd zijn gaan delen. Door dit ongecontroleerde delen ontstaan opeenhopingen van cellen (gezwellen of tumoren). De afwijking is niet altijd voelbaar.
Een duidelijke oorzaak van borstkanker is niet bekend. Er zijn echter wel enkele invloeden bekend die het risico op het krijgen van borstkanker verhogen. Te denken valt aan hormonale invloeden (vroege menstruatie, late menopauze), milieu, levensstijl, dieet maar ook erfelijkheid. De gekozen behandeling van borstkanker hangt sterk samen met het stadium waarin de ziekte zich bevindt.
Er zijn verschillende manieren om borstkanker te behandelen; een chirurgische ingreep om de kankercellen weg te halen; bestraling om kankercellen op een bepaalde plaats te vernietigen; hormoontherapie, chemotherapie of een combinatie van beide.
Wanneer een tumor gevoelig is voor het vrouwelijk hormoon oestrogeen zal de arts kiezen voor een hormonale therapie, veelal als aanvulling op een andere behandeling. De hormoontherapie heeft dan tot doel de werking of de productie van lichaamseigen hormonen af te remmen. Hierdoor wordt dan de groei van de tumor tegengegaan.
Borstkanker is bij vrouwen de meest voorkomende vorm van kanker. In de westerse landen hebben vrouwen een kans van 1 op 9 om eens in hun leven borstkanker te ontwikkelen. In zeldzame gevallen kunnen ook mannen borstkanker krijgen.
Goedaardige prostaatvergroting wordt door artsen BPH (benigne prostaathyperplasie) genoemd.
Het is een goedaardige vergroting van de prostaat. Deze vergroting wordt veroorzaakt door een vermeerdering van cellen en het aanspannen van het glad spierweefsel van de prostaat.
Wanneer de vergroting klachten veroorzaakt, dan begint dit meestal met een verminderde straalkracht bij het plassen. Een vergroting van de prostaat leidt niet altijd tot klachten.
Cholesterol is een van nature in het lichaam voorkomende stof die noodzakelijk is voor normale groei.
Als er echter teveel cholesterol in uw bloed aanwezig is, kan het worden afgezet tegen de wanden van
de bloedvaten, die uiteindelijk verstopt kunnen raken.
Het wordt aangenomen dat verhoogde cholesterolspiegels het risico van hartaandoeningen verhogen.
Andere factoren die het risico van hartaandoeningen zullen verhogen zijn onder andere verhoogde bloeddruk, suikerziekte/diabetes, toegenomen gewicht, gebrek aan lichaamsbeweging, roken of het in de familie voorkomen van hartaandoeningen.
Een verhoogd cholesterol is een van de belangrijkste risicofactoren voor het krijgen van hart- en vaatziekten. Dit is een van de meest voorkomende oorzaken van hartaandoeningen.
Eén op de drie volwassenen in Nederland heeft een verhoogd cholesterol.
Velen van zijn zich niet bewust van het hebben van een hoog cholesterol. Dat komt omdat het niet direct merkbaar is.
Inflammatoire darmaandoeningen zijn een groep chronische ontstekingsziekten van de darm. De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn de twee belangrijkste ziektebeelden.
Belangrijkste kenmerken zijn chronische diarree, bloederige ontlasting, buikpijn, vermoeidheid en gewichtsverlies.
Voorde behandeling van langdurige darmaandoeningen van ontstekingsachtige aard kan een arts medicatie voorschrijven.
Iemand met een depressie heeft last van een hevige neerslachtigheid. Die neerslachtigheid klaart niet na een paar dagen vanzelf op, maar duurt langere tijd (minimaal twee weken). Depressie moet niet verward worden met 'gewone' neerslachtigheid die iedereen wel eens heeft. Bij een depressie is deze heviger en tast het dagelijks functioneren aan. Een depressie kan zich o.a. uiten in somberheid, lusteloosheid, verminderde belangstelling voor dingen die u anders wel interesseren, verminderde concentratie, rusteloosheid en snel geïrriteerd. De criteria voor een depressieve episode zijn in de DSM-IV-TR criteria omschreven. Er is niet 1 oorzaak voor depressie aan te wijzen. Er zijn verschillende risicofactoren bekend, maar deze zijn ieder op zich niet voldoende om de stoornis te veroorzaken. Deze factoren staan niet los van elkaar. Bij het ontstaan van een depressie, gaat het om een combinatie van factoren die op elkaar inwerken:
- Geslacht en leeftijd
- Individuele kwetsbaarheid
- Sociale omgevingsfactoren
- Levensgebeurtenissen.
Een depressie is niet iets om u voor te schamen of om u schuldig over te voelen. Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe. Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd).
Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
Dikkedarmkanker ontstaat wanneer een cel of cellen in de dikke darm van vorm veranderen (muteren) en daarbij hun normale functies verliezen. De verandering van een normale cel in een kankercel leidt tot een ongecontroleerde groei van deze cellen.
Een grote hoeveelheid van deze cellen bij elkaar die zichtbaar worden noemt men een tumor. De tumor kan zich verspreiden naar andere delen van het lichaam zoals de lever, longen of de botten.
Indien er bij dikkedarmkanker sprake is van de verspreiding van de tumor dan wordt er ook wel gesproken over uitgezaaide dikkedarmkanker.
De meest toegepaste behandelingen bij dikkedarmkanker zijn;
- Operatie (chirurgie)
- Bestraling (radiotherapie)
- Behandeling met celdelingremmende medicijnen (chemotherapie)
- Gerichte therapieën (targeted therapy)
Een patiënt kan ook een combinatie van deze behandelmethoden krijgen.
De precieze oorzaak van darmkanker is nog niet bekend. Wel neemt het aantal mensen met dikkedarmkanker toe. Dit heeft verschillende oorzaken, waaronder de vergrijzing van de bevolking. Mogelijk heeft ons leefpatroon invloed op het steeds vaker voorkomen van deze ziekte.
Elk jaar wordt bij bijna 13 duizend patiënten de diagnose dikkedarmkanker gesteld. In Nederland is dikkedarmkanker bij mannen de derde meest voorkomende vorm van kanker. Bij vrouwen is borstkanker de meest voorkomende kanker, gevolgd door dikkedarmkanker.
Een contractuur van Dupuytren is een ziekte waarbij uw vinger(s) naar binnen wordt/worden getrokken. Dit naar binnen getrokken worden van uw vinger(s) wordt een contractuur genoemd en wordt veroorzaakt door de abnormale vorming van een collageen bevattende streng onder uw huid.
Een contractuur veroorzaakt voor veel mensen grote problemen bij het verrichten van alledaagse bezigheden, zoals autorijden, handen schudden, sporten, potjes openen, typen of voorwerpen vasthouden.
De binnenzijde van de baarmoeder is met een slijmvlies (endometrium) bekleed. Bij endometriose groeit dit slijmvlies ook op plaatsen buiten de baarmoeder.
Er is dus sprake van aanwezigheid van baarmoederweefsel buiten de baarmoeder.
Endometriose kan een oorzaak zijn van ongewilde kinderloosheid.
Bij de behandeling van endometriose kan een arts medicatie voorschrijven.
Epilepsie (vallende ziekte) is een aandoening die zich uit in de vorm van aanvallen. Deze aanvallen ontstaan door een plotselinge, tijdelijke verstoring van de elektrische prikkeloverdracht in de hersenen. Deze aanvallen verschillen van persoon tot persoon. Dit komt omdat er vele verschillende oorzaken zijn voor epilepsie. Die oorzaken bepalen de soort en hoe vaak de aanvallen voorkomen.
Een epilepsieaanval duurt meestal niet langer dan een paar minuten maar ziet er vaak indrukwekkend en beangstigend uit.
Epilepsie kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld door problemen bij de geboorte, een hersenvliesontsteking, een ongeval, een beroerte en zelden door een hersentumor.
Meestal is de oorzaak echter onbekend en is er sprake van aanleg. De ziekte kan op elke leeftijd ontstaan maar begint meestal op de kinderleeftijd.
Epilepsie veroorzaakt geen blijvende schade aan de hersenen.
Erectiele disfunctie (ED) wordt gedefinieerd als het voortdurend of terugkerend onvermogen een erectie te krijgen of te behouden voldoende voor seksuele activiteit.
Om een erectie te krijgen, moeten de zwellichamen van de penis zich optimaal kunnen vullen met bloed en gevuld blijven. Hiervoor moeten de bloedvaten goed functioneren, evenals de zenuwen die zorgen voor verwijding en vernauwing van de bloedvaten. Dit proces staat onder invloed van de hersenen waar een gevoel van opwinding is gelokaliseerd. Een erectie is dus afhankelijk van lichamelijke functies en staat daarnaast onder invloed van psychische factoren.
Veel factoren spelen een rol bij het tot stand komen van een erectie. Het is dus normaal dat het wel eens niet lukt om een (volledige) erectie te krijgen of te houden ondanks dat een man seksueel opgewonden is. Pas wanneer dit in een periode van 6 weken tot 3 maanden vaker voorkomt, is er sprake van een erectieprobleem.
Oorzaken voor erectiestoornissen kunnen zijn leeftijd, psychische problemen (stress, faalangst) en lichamelijke aandoeningen (suikerziekte, hart- en vaatziekten). Ook roken, overmatig alcoholgebruik en drugs zijn risicofactoren. In praktijk is er vaak sprake van een combinatie van lichamelijke en psuchische oorzaken.als ijd, psychische problemen (stress, faalangst), lichamelijke aandoeningen zoals suikerziekte, hart- en vaatziekten d
Uit drie recente onderzoeken onder de Nederlandse mannelijke bevolking (> 18 jaar) blijkt dat erectiestoornissen gemiddeld bij 14 % van de mannen voorkomt.
Gegeneraliseerde angststoornis kenmerkt zich doordat men zich voortdurend grote zorgen maakt over allerlei dingen uit het dagelijks leven, terwijl daar weinig aanleiding voor is. Dit gebeurt vaak onbewust.
Men kan bijvoorbeeld steeds in angst zitten over het werk, de kinderen, de vakantie, over wat er allemaal betaald moet worden of wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren.
De oorzaak van gegeneraliseerde angststoornis is niet duidelijk. In sommige families komen angststoornissen vaker voor. Erfelijkheid speelt daarbij een rol.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe, Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd). Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
GIST staat voor gastro-intestinale stromatumoren. Het treedt op in het gastro-intestinale (spijsverterings)-stelsel. Het wordt een stromatumor genoemd, omdat de tumorgroei begint in het stroma, het bindweefsel. Dit weefsel komt voor in de bekleding van de maag en de darmen. GIST kan optreden in elk deel van het spijsverteringsstelsel.
GIST groeit vaak als een enkele tumor. Kankercellen kunnen loslaten en in de bloedstroom terecht komen. Zo kunnen ze zich verplaatsten naar andere delen van het lichaam. Hierdoor kunnen nieuwe tumoren ontstaan in andere organen. Deze worden metastasen (uitzaaiingen) genoemd.
GIST kan bijvoorbeeld metastasen vormen in de lever. Men spreekt dan van uitzaaiingen van GIST en niet van leverkanker.
Glaucoom is een oogaandoening die schade veroorzaakt aan de oogzenuw.
Tussen het hoornvlies en de lens zit de oogkamer met daarin een heldere vloeistof: het kamerwater. In de ogen wordt voortdurend nieuw kamerwater aangemaakt. Bij een gezond oog wordt er net zoveel kamerwater aangevoerd als afgevoerd. Hierdoor blijft de druk in het oog constant. Artsen noemen dit de oogdruk of intra-oculaire druk.
Bij glaucoom maakt het oog net zoveel kamerwater aan als anders, maar de afvoer is verminderd. Zo ontstaat een verhoging van de oogdruk. Hierdoor komt de oogzenuw onder druk te staan. De zenuw kan daardoor uiteindelijk worden beschadigd en het gezichtsveld zal afnemen. Als de druk niet wordt verlaagd kan dit zelfs tot blindheid leiden.
Mensen van alle leeftijden kunnen glaucoom krijgen. Bepaalde groepen lopen meer risico dan andere. Zo neemt de kans op het krijgen van glaucoom boven de 40 jaar toe. De kans is ook hoger bij mensen bij wie glaucoom in de familie voorkomt.
Artsen en onderzoekers weten nog steeds niet precies waardoor glaucoom wordt veroorzaakt. Wel weten ze dat het niet wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld te lang lezen of lezen bij slecht licht, ongezonde voeding of het dragen van contactlenzen.
Groeihormoondeficiëntie is een tekort aan groeihormoon.
Groeihormoon is een stof die van nature wordt aangemaakt in de hypofyse (een klein orgaan ter grootte van een erwt dat zich onder aan de hersenen bevindt).
Groeihormoon is als het ware een ‘boodschapper’ en stimuleert door het hele lichaam de groei van weefsel. Voor een deel heeft dit hormoon een rechtstreeks effect op de groei, maar het beïnvloedt via andere groeifactoren ook een aantal processen die bij de groei betrokken zijn. Groeihormoon speelt een zeer belangrijke rol bij het regelen van de normale groei in de kinderleeftijd.
Groeihormoon heeft ook een belangrijke functie bij andere processen in het lichaam, en dan niet alleen tijdens de kinderleeftijd maar gedurende ons gehele leven. Het heeft invloed op de manier waarop ons lichaam met koolhydraten, vet en eiwit omgaat en kan ook ons energieniveau beïnvloeden.
Er zijn verschillende oorzaken van groeihormoontekort.
In de meeste gevallen ontstaat groeihormoontekort doordat de hypofyse onvoldoende groeihormonen aanmaakt om een normale groei te laten plaatsvinden. Bij ongeveer de helft van de gevallen van groeihormoontekort vindt vlak na de geboorte al belemmering of remming van de groei plaats, maar meestal begint de groei pas in het tweede levensjaar trager te worden dan normaal.
Kinderen met groeihormoontekort zijn wel klein voor hun leeftijd en zien er vaak jonger uit dan hun leeftijdsgenootjes. Hun gelaatstrekken en verstandelijk vermogen zijn normaal. Wel hebben zij op latere leeftijd overgewicht en loopt hun botleeftijd achter.
Groeihormoontekort kan worden vastgesteld na het uitvoeren van een reeks testten.
Het is niet mogelijk om de hypofyse te repareren zodat er wel genoeg groeihormoon aan het lichaam wordt afgegeven. Om aan groeihormoon te komen, wordt dit aan een kind toegediend om zo weer een normale groei te krijgen.
Tijdens de groei van het hart van het ongeboren kind kan er iets niet goed gaan waardoor een kindje geboren wordt met een aangeboren hartafwijking.
In de meeste gevallen is de oorzaak van de aangeboren hartafwijkingen niet bekend. Soms is het erfelijk. Infecties of medicijngebruik tijdens de zwangerschap kunnen ook een rol spelen.
Voor verlichting van symptomen, waardoor de diagnose gesteld kan worden en operaties kunnen worden voorbereid, kan een geneesmiddel worden voorgeschreven.
Bij hartfalen (decompensatio cordis) is de pompkracht van het hart verzwakt. Het bloed wordt niet meer goed rondgepompt.
Oorzaken voor hartfalen kunnen zijn: een langdurig bestaande hoge bloeddruk, hartklepgebreken, vernauwing in de kransslagader, hartritmestoornissen of een hartinfarct.
De belangrijkste klachten van hartfalen zijn dat men sneller moe is, last kan krijgen van vocht in de benen of achter de longen en dat men zich sneller benauwd voelt.
Een hartritmestoornis is een afwijking van het normale hartritme (aantal hartslagen per minuut).
Er zijn veel verschillende soorten hartritmestoornissen. Zo kan het zijn dat;
- het hart te snel samentrekt/klopt
- het hart te langzaam samentrekt/klopt
- de boezems en kamers van het hart niet in de juiste volgorde samentrekken
Een hartritmestoornis hoeft niet altijd ernstig te zijn. Behandeling is niet altijd nodig. De meeste ritmestoornissen zijn vooral lastig. Op de lange termijn kunnen ritmestoornissen de pompfunctie van het hart verminderen.
Om bepaalde verstoorde hartritmes weer om te zetten in het normale hartritme kan medicatie gebruikt worden.
Hemofilie is een erfelijke stoornis in de bloedstolling.
Hemofilie komt voornamelijk bij mannen voor. Hemofilie is een ziekte die op jongens wordt overgedragen. Vrouwen zijn drager van de erfelijke eigenschap die ervoor zorgt dat een of meerdere belangrijke stollingsfactoren in het bloed niet worden aangemaakt.
De verschillende stollingsfactoren worden door middel van Romeinse cijfers aangeduid. Bij hemofilie A is dit een tekort aan Factor VIII, bij hemofilie B een tekort aan Factor IX.
Door het tekort of het ontbreken van een van de stollingsfactoren stolt het bloed minder goed, waardoor de kans bestaat dat een wondje na enkele uren of dagen weer gaat bloeden. Ook kunnen er bloedingen in gewrichten en spieren optreden.
Hierdoor kunnen op den duur ernstige beschadigingen ontstaan die de patiënt invalideren.
De ziekte van Hodgkin, of het Hodgkin-lymfoom, is een zeldzame vorm van lymfklierkanker.
De oorzaak van Hodgkin is niet bekend.
Het gaat om een kwaadaardige aandoening van cellen die afstammen van de B-lymfocyten (een bepaald type witte bloedcellen) die een rol spelen in onze afweer.
De meeste patiënten met een Hodgkin-lymfoom hebben weinig klachten en melden zich met een opgezette lymfklier. Vaak wordt daarbij een zwelling in de hals, boven het sleutelbeen of soms onder de oksel gezien die pijnloos is en meestal maar langzaam groter wordt.
Minder dan een derde van de patiënten met een Hodgkin-lymfoom heeft echter wel klachten.
Deze klachten kunnen bestaan uit plaatselijke en algemene symptomen.
Bij plaatselijke symptomen kan een patiënt benauwdheid ervaren of bijvoorbeeld pijn in de buik. Bij algemene symptomen kan er sprake zijn van onbegrepen ernstig gewichtsverlies bij meestal goede eetlust, overdadig nachtzweten of onbegrepen koorts.
De ziekte komt relatief vaak voor bij mensen tussen de 20 en 35 jaar en boven de 50 jaar. Bij mannen komt de ziekte iets vaker voor dan bij vrouwen.
Een non-Hodgkin-lymfoom is een vorm van lymfklierkanker.
Er bestaan vele varianten van de ziekte van Hodgkin. Gemakshalve worden die varianten non-Hodgkin-lymfoom (letterlijk 'niet-Hodgkin-lymfoom') genoemd.
Er zijn wel zo'n 30 tot 40 verschillende soorten non-Hodgkin-lymfoom. Deze zijn allemaal zeer verschillend qua gedrag, presentatie in het lichaam en gevoeligheid voor therapie.
In Nederland wordt het non-Hodgkin-lymfoom ieder jaar bij ongeveer 2400 mensen vastgesteld. De ziekte komt relatief vaak voor bij mensen die ouder zijn dan 45 jaar. Bij mannen komt de ziekte iets vaker voor dan bij vrouwen.
Hyperprolactinemie is een verhoogd gehalte aan prolactine in het bloed. Prolactine is een hormoon dat de ontwikkeling van borstklierweefsel bevordert en de melkproductie stimuleert.
Het veroorzaakt bij beide geslachten vruchtbaarheidsproblematiek, verminderd libido en galactorroe (melkachtige afscheiding uit een of beide borsten).
Hyperprolactinemie kan gepaard gaan met het uitblijven van de menstruatie (amenorroe) en een onregelmatige menstruatie (oligomenorroe).
Om aandoeningen die gepaard gaan met een te hoge concentratie prolactine in het bloed te behandelen, kan een arts medicatie voorschrijven.
Infectieziekten zijn ziekten die worden veroorzaakt door levende ziektekiemen of micro-organismen als bacteriën, virussen, parasieten of schimmels.
Infectieziekten kunnen opgelopen worden door contact met besmette personen, contact met dieren, via voedsel, besmette oppervlaktes of water, het inademen van besmette lucht of door ziektedragers zoals insecten.
Infectieziekten kunnen worden onderverdeeld naar de weg waarlangs ze worden overgebracht (bijvoorbeeld geslachtsziekten) of naar het orgaansysteem waar ze betrekking op hebben (bijvoorbeeld infectie van de huid of weke delen, infectie van de ademhalingswegen).
Een voorbeeld van een bacteriële infectie is longontsteking. HIV en verkoudheid zijn voorbeelden virale infectieziekten. Malaria is een bekende infectieziekte die door een parasiet (door malariamuggen) wordt overgebracht. Candida (in de mond, darmen en vagina) is een voorbeeld van een schimmelinfectie.
Antibiotica remmen de groei van bepaalde soorten bacteriën en in sommige gevallen doden ze deze zelfs.
Vaccins tegen serogroep C-meningokokken kunnen beschermen tegen aandoeningen als meningitis (hersenvliesontsteking) en sepsis (bloedvergiftiging). Pneumokokkenvaccins kunnen gegeven worden aan
- kinderen van 6 weken tot 5 jaar, ter bescherming tegen ziekten zoals meningitis (hersenvliesontsteking), sepsis of bacteriëmie (bacteriën in het bloed), pneumonie (longontsteking) en oorontstekingen
- volwassenen van 50 jaar en ouder ter voorkoming van ziekten zoals bacteriëmische pneumonie (longinfectie met bacteriën in het bloed), bacteriëmie (bacteriën in het bloed) en meningitis (hersenvliesontsteking), veroorzaakt door 13 typen van de bacterie Streptococcus pneumoniae.
In-vitro bevruchting, of in vitro fertilisatie (ivf) / reageerbuisbevruchting, is een vruchtbaarheidsbehandeling waarbij de bevruchting buiten het lichaam ontstaat.
In een normale cyclus van de vrouw komt meestal één eicel tot volledige rijping. Bij in-vitro bevruchting is het nodig meerdere eicellen te laten rijpen zodat de kans op zwangerschap groter wordt.
Hiertoe gebruikt de vrouw medicatie.
Juveniele idiopatische artritis is de officiële naam voor jeugdreuma. Juveniel betekent jeugd, idiopatisch betekent oorzaak onbekend, artritis betekent gewrichtsontsteking.
Als iemand jonger is dan 16 jaar, en ontstekingen krijgt aan een of meerdere gewrichten die minimaal 6 weken duren en waarvoor bekende oorzaken van artritis zijn uitgesloten, dan noemen artsen dat ‘jeugdreuma’.
Jeugdreuma komt in verschillende vormen voor.
Vooral de gewrichten van schouders, ellebogen, polsen en handen, heupen, knieën, enkels, voeten en de rug worden door jeugdreuma getroffen.
Welke kinderen jeugdreuma krijgen en welke niet is onbekend.
Bij jeugdreuma zijn de gewrichten vaak stijf, gezwollen en pijnlijk. Daarnaast kunnen ze ook warm aanvoelen en er wat roder uitzien. Omdat kinderen niet vaak klagen over pijn en zeker op jonge leeftijd nog wat mollig zijn, is een vertraagde groeiontwikkeling ook een belangrijk symptoom.
In Nederland hebben ongeveer 3000 kinderen jeugdreuma. Het komt ongeveer even vaak voor bij jongens als bij meisjes.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe. Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd).
Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
Er bestaan verschillende methoden om kanker te behandelen, afhankelijk van waar de kanker zich bevindt en hoe ver deze zich verspreid heeft. De meest gangbare methoden zijn:
- Operatieve verwijdering (chirurgie)
- Bestraling (radiotherapie)
- Medicijnen (cytostatica)
Bij operatieve verwijdering wordt het gebied waarin de kankercellen zich bevinden weggesneden. Bij bestraling wordt het gebied waarin de kankercellen zich bevinden bestraald. Op die manier worden de kankercellen in dat gebied vernietigd. Andere, gezonde cellen die zich ook in de gebieden bevinden, waar de straling doorheen moet om de kankercellen te bereiken, worden hierbij ook beschadigd.
Bij chemotherapie worden cytostatica gebruikt. Cytostatica zijn medicijnen die het delen van cellen remmen. Hier hebben vooral de kankercellen last van, omdat zij zich doorgaans sneller en vaker delen. Maar ook gezonde cellen worden met cytostatica geremd.
Er zijn inmiddels meer dan honderd verschillende typen kanker bekend. Elk type is weer een andere ziekte. Momenteel is kanker in Nederland doodsoorzaak nummer één bij mannen en nummer twee bij vrouwen. In 2010 overleden bijna 44 duizend personen aan kanker.
Leukemie is een verzamelnaam voor verschillende vormen van bloedkanker.
Bij leukemie delen bepaalde witte bloedcellen zich ongecontroleerd. Dat komt omdat het erfelijk materiaal (DNA) van de beenmergcellen is veranderd. De kwaadaardige beenmergcellen gaan niet alleen afwijkende, maar ook veel te veel bloedcellen produceren. De productie van normale bloedcellen wordt daardoor verstoord.
Er bestaan twee soorten leukemie: acute en chronische.
Bij acute leukemie rijpen de abnormale bloedcellen niet helemaal. Ze sterven niet af en hopen zich in korte tijd op. Daardoor veroorzaken ze een gebrek aan rijpe witte bloedcellen en dat geeft al binnen een paar weken klachten.
Bij chronische leukemie rijpen de abnormale bloedcellen wel uit en verloopt het kwaadaardige proces veel trager. Klachten treden daardoor pas in een latere fase op.
Binnen het onderscheid acuut en chronisch wordt ook nog een verdeling gemaakt op basis van het celtype van de abnormale witte bloedcellen: lymfatische leukemie en myeloïde leukemie. Het verloop van de ziekte is per vorm anders.
Leukemie is een niet-solide vorm van kanker.
Dat wil zeggen dat er sprake is van abnormale celdeling in weefsels die zich op diverse plaatsen in het lichaam bevinden. Deze kankercellen bevinden zich dus niet in een orgaan, maar in de vloeibare substantie van het beenmerg, in het bloed of in het lymfeklierstelsel. Daarom kunnen de kankercellen zich snel verspreiden naar andere plaatsen in het lichaam.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe. Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd).
Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
In Nederland wordt jaarlijks bij ongeveer 11.000 mensen longkanker vastgesteld. Het is - na prostaatkanker - de meest voorkomende soort kanker bij mannen. Onder mannen neemt het aantal gevallen van longkanker de laatste jaren iets af, bij vrouwen komt het steeds vaker voor. Longkanker komt bij mannen vooral tussen de 65 en 80 jaar voor. Bij vrouwen komt longkanker met name tussen de 55 en 80 jaar voor. Bij longkanker onderscheiden we verschillende vormen. Globaal is longkanker in te delen in:
- kleincellige type
- niet-kleincellige type
Een zweer kenmerkt zich door weefselverlies aan de oppervlakte van epitheel (bovenste laag van de huid en slijmvliezen dat ook veel lichaamsholten bedekt) of huid. Dit weefselverlies wordt traag of helemaal niet door nieuw weefsel aangevuld. Zodoende is er geen of weinig neiging tot genezing.
Zweren kunnen worden veroorzaakt door infectie van wonden, plaatselijke voedingsstoornissen, een belemmerde bloedsomloop, algemene infectieziekten of maligniteiten (kwaadaardige aandoeningen).
Ook kunnen tijdens het gebruik van bepaalde anti-reumamiddelen zweren voorkomen bij patiënten die een hoog risico hebben op dergelijke zweren en complicaties. Om dit te voorkomen kan medicatie voorgeschreven worden.
Leeftijdsgebonden maculaire degeneratie (AMD) leidt tot een verlies van het gezichtsvermogen als gevolg van beschadiging van het centrale deel van het netvlies (de macula) aan de achterkant van het oog.
De macula stelt het oog in staat tot het fijn centraal zicht dat nodig is voor activiteiten zoals autorijden, kleine letters lezen en andere gelijkwaardige taken.
In de natte vorm van AMD groeien er abnormale bloedvaatjes onder het netvlies en de macula. Deze nieuwe bloedvaten kunnen bloeden en lekken, waardoor de macula zwelt of omhoog komt, zodat het centraal zicht vervormd of beschadigd wordt. In deze omstandigheden kan het verlies van gezichtsvermogen snel en ernstig zijn.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe. Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd).
Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
Mantelcellymfoom is een type kanker die de lymfeklieren aantast.
Prolactine is een hormoon dat noodzakelijk is voor het op gang brengen en in stand houden van de melkproductie na de geboorte van een kind.
De concentratie van prolactine in het bloed kan met behulp van medicatie verlaagd worden.
Als hiervoor een dringende reden is, en algemene verpleegkundige maatregelen niet
geschikt blijken te zijn, kan na een bevalling hiertoe besloten worden om de melkproductie te voorkómen of onderdrukken. Dit kan ook nodig zijn na een miskraam.
Aandoeningen die gepaard gaan met een te hoge concentratie prolactine in het bloed (hyperprolactinemie), zoals het uitblijven van de menstruatie (amenorroe), een onregelmatige menstruatie (oligomenorroe), onvruchtbaarheid of melkafscheiding kunnen ook reden zijn om de concentratie prolactine medicamenteus te verlagen.
De menstruatie is de maandelijkse bloeding uit de baarmoeder van de geslachtsrijpe vrouw.
Een menstruatiestoornis is iedere afwijking in de duur van de cyclus, van de menstruatie of de hoeveelheid van het bloedverlies.
Bij bepaalde menstruatiestoornissen zoals onregelmatige of te lange bloedingen, of het uitblijven van bloedingen, kan een synthetische stof met de werking van één van de vrouwelijke hormonen (progestageen) worden voorgeschreven. Het gaat de werking van de andere vrouwelijke hormonen (oestrogenen) tegen.
Migraine is hoofdpijn die in aanvallen komt.
Het is een kloppende, matig tot hevige pijn, meestal aan één kant van het hoofd. Lichamelijke inspanning, licht, geluid of geur verergeren de klachten. Migraine gaat gepaard met misselijkheid en braken.
Migraine ontstaat doordat de samenwerking tussen bloedvaten en zenuwbanen in de hersenen tijdelijk verstoord raakt. Aanleg speelt hierbij een rol. Het is niet bekend waarom de een zelden een aanval heeft en de ander heel vaak. Meestal is er geen duidelijke aanleiding.
Migraine komt bij vrouwen vaker voor als bij mannen.
Neuropathische pijn wordt ook wel zenuwpijn genoemd en kan omschreven worden als 'schrijnend, brandend, zeurend, of tintelend’. Ook uitspraken als "het gevoel op glas te lopen" of "termieten voelen kriebelen onder je huid" worden regelmatig gebruikt als omschrijving van deze vorm van pijn.
De pijn wordt veroorzaakt door beschadiging of gestoorde werking van het zenuwstelsel. Neuropathische pijn kan optreden bij diabetes, na het doormaken van gordelroos en na een operatie.
Neuropathische pijn blijkt moeilijk te behandelen. Het is wezenlijk anders dan de behandeling van pijn die u voelt door bijvoorbeeld een beenbreuk of een ontsteking en waarvoor reguliere pijnstillers gebruikt kunnen worden.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe. Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd).
Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
Niercelkanker is een vorm van kanker die begint in de nieren. Bij veel mensen met niercelkanker is er sprake van een verandering van het genetisch materiaal. Het betreffende gen wordt het VHL (von Hippelk-Lindau)-gen genoemd.
Kankercellen kunnen loslaten en in de bloedstroom terecht komen. Zo kunnen ze zich verplaatsen naar andere delen van het lichaam. Hierdoor kunnen nieuwe tumoren ontstaan in andere organen. De worden metastasen (uitzaaiingen) genoemd. Niercelkanker kan bijvoorbeeld metastasen vormen in de longen. Men spreekt dan van uitzaaiingen van niercelkanker en niet van longkanker.
Niercelkanker groeit meestal als een tumor in één nier. Soms groeien er gelijktijdig meerdere tumoren in één nier.
Indien een bevalling bij een (bijna) voldragen zwangerschap om medische redenen moet worden ingeleid (vanaf 38 weken of vanaf 36 weken indien de longen van het kind voldoende ontwikkeld zijn), kan een geneesmiddel worden gebruikt om de ontsluiting te bevorderen.
Een ontsteking (of inflammatie) is de (plaatselijke) reactie van een weefsel op een schadelijke prikkel. De prikkel kan van fysische, chemische en immunologische aard zijn of bestaan uit micro-organismen (bacteriën, virussen, schimmels, parasieten e.a.).
Bij een groot aantal aandoeningen kan een arts het noodzakelijk achten een ontstekingsreactie met medicatie te onderdrukken. Dit is onder andere het geval bij;
- het opvlammen van diverse reumatische aandoeningen
- bronchiaal astma
- hooikoorts
- sarcoidose (ziekte waarbij spontaan ontstekingen ontstaan in verschillende organen en weefsels van het lichaam)
Glaucoom is een oogaandoening die schade veroorzaakt aan de oogzenuw. De aandoening wordt meestal veroorzaakt door een te hoge oogdruk (oculaire hypertensie).
Tussen het hoornvlies en de lens zit de oogkamer met daarin een heldere vloeistof: het kamerwater. In de ogen wordt voortdurend nieuw kamerwater aangemaakt. Bij een gezond oog wordt er net zoveel kamerwater aangevoerd als afgevoerd. Hierdoor blijft de druk in het oog constant. Artsen noemen dit oogdruk of intra-oculaire druk.
Bij glaucoom maakt het oog net zoveel kamerwater aan als anders, maar de afvoer is verminderd. Zo ontstaat een verhoging van de oogdruk. Hierdoor komt de oogzenuw onder druk te staan. De zenuw kan daardoor uiteindelijk worden beschadigd en het gezichtsveld zal afnemen. Als de druk niet wordt verlaagd kan dit zelfs tot blindheid leiden.
Een ontsteking (of inflammatie) is de (plaatselijke) reactie van een weefsel op een schadelijke prikkel.
Een ontsteking van het ooglid kenmerkt zich door roodheid, zwelling, jeuk en schilfering van de oogleden. Het oog kan zelf ook ontstoken zijn.
Bij bepaalde ontstekingen van de oogleden (blepharitis squamosa ofwel een schilferende ontsteking van de oogleden) waarbij een bacteriële infectie met gevoelige bacteriën bestaat en een overmatige prikkelingsreactie bestreden moet worden, kan een arts een oogzalf voorschrijven.
Een ontsteking (of inflammatie) is de (plaatselijke) reactie van een weefsel op een schadelijke prikkel.
Een ontsteking van de buitenste gehoorgang is pijnlijk, jeukt of geeft een branderig gevoel. De huid van de gehoorgang schilfert, scheidt vocht af of is rood en gezwollen. Door de zwelling of afscheiding is het mogelijk dat men tijdelijk minder goed hoort.
Bij bepaalde ontstekingen van de buitenste gehoorgang waarbij een bacteriële infectie met gevoelige bacteriën bestaat en overmatige prikkelingsreactie bestreden moet worden kan een arts een zalf/druppels voorschrijven.
De definitie van overactieve blaas (OAB) is urgency, met of zonder urge incontinentie, en meestal met frequency en nycturie.
- Urgency is een heftig aandranggevoel.
- Urge incontinentie is het ongewild verlies van urine dat samengaat met een sterke aandrang om te plassen.
- Frequency is een mictie (plas-)frequentie van meer dan acht keer per 24 uur.
- Nycturie is een verhoogde mictie (plas-)frequentie ‘s nachts (>1 keer per nacht).
OAB kan worden veroorzaakt door neurologische aandoeningen (bijvoorbeeld CVA/beroerte/hersenbloeding), lokale afwijkingen in de blaas of urethra (bijvoorbeeld blaasstenen), frequent aanspannen van de bekkenbodem of juist een onderactieve bekkenbodem.
Ongeveer 15% van de volwassenen ouder dan 40 jaar heeft klachten van een overactieve blaas. De prevalentie van OAB neemt toe naarmate men ouder wordt. Vrouwen hebben iets vaker symptomen van een overactieve blaas dan mannen.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe. Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd).
Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
Neuro-endocriene tumoren zijn tumoren (gezwellen) die ontstaan uit cellen die hormonen produceren, de zogenaamde neuro-endocriene cellen.
Neuro-endocriene tumoren komen voornamelijk voor in het maag-darmkanaal, alvleesklier (pancreas) en longen. Neuro-endocriene tumoren zijn een groep van kwaadaardige tumoren die zeldzaam voorkomen
Bij niet operatief te verwijderen of gemetastaseerde (uitgezaaide) goed gedifferentieerde (kanker die veel cellen bevat die zich niet meer delen) neuro-endocriene tumoren van de pancreas met ziekteprogressie bij volwassenen kan een oncoloog medicatie voorschrijven.
Er is sprake van een paniekstoornis als mensen vaak (ook zonder aanleiding) in paniek raken en men continue bang is om opnieuw een paniekaanval te krijgen.
Een paniekaanval uit zich in o.a. trillen/beven, transpireren, pijn en/of druk op de borst, misselijkheid/maagklachten, gevoel flauw te vallen, tintelingen in handen en/of voeten, duizeligheid en hartkloppingen.
Als een angst geen reële grond heeft en de betrokken persoon er sociale of beroepsmatige problemen door ondervindt, is er sprake van een stoornis.
Er dient sprake te zijn van buitensporig of onevenredig lang aanhoudende angst en subjectief lijden of belemmering van het dagelijks functioneren.
In het diagnostisch classificatiesysteem DSM-IV worden de volgende angststoornissen onderscheiden:
- Paniekstoornis met of zonder agorafobie (fobie voor het aanwezig zijn op een plaats of in een situatie waaruit ontsnappen moeilijk is of geen hulp te verwachten valt)
- Sociale fobie of angststoornis
- Specifieke of enkelvoudige fobie
- Obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis
- Gegeneraliseerde angststoornis
- Posttraumatische stress-stoornis
- Hypochondrie
- Angststoornis door een lichamelijke aandoening
- Acute stressstoornis
- Angststoornis door alcohol of drugs
Pijn is een elementaire waarschuwing van het lichaam voor dreigend gevaar. Pijn biedt het lichaam zo bescherming tegen het ontstaan van schade of zorgt voor het voorkomen van meer schade (denk aan een hand boven een vlam). Pijn is zodoende een positief signaal.
Pijn die echter geen waarschuwing voor dreigend gevaar vertegenwoordigt, of waarop geen adequate reactie mogelijk is, heeft daarentegen geen positieve betekenis/functie.
Men kan pijn als volgt onderverdelen:
- nociceptieve (schadelijke uitwendige invloeden) pijn: door weefselschade zoals b.v. bij een verzwikte enkel
- neuropatische pijn: b.v. door een beschadigde zenuw
- viscerale (van de ingewanden) pijn: b.v. door een blindedarmontsteking
- vasculaire pijn: b.v. door een ziekte van de bloedvaten
- oncologische pijn: b.v. door ingroei van een gezwel
Verder bestaat er nog het verschil tussen acute pijn en chronische pijn.
Vele factoren (lichamelijke, psychische en sociale) bepalen uiteindelijk de ernst van pijn.
Pneumokokkenziekten is een verzamelnaam voor ziekten die worden veroorzaakt door de bacterie Streptococcus pneumoniae, ook wel de pneumokok genoemd.
De pneumokok wordt omgeven door een kapsel dat bestaat uit een laag suikers. Door verschillen in deze kapselsuikers worden pneumokokken subtypen onderscheiden. Er zijn meer dan 90 subtypen van de pneumokok geïdentificeerd, waarvan een beperkt deel het merendeel van de ziektelast veroorzaakt.
De pneumokok zit in de neus- en keelholte en kan daar aanwezig zijn zonder ook direct ziekten te veroorzaken. Door hoesten en niezen worden de pneumokokken verspreid.
Pneumokokken kunnen leiden tot ziekten zoals hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging, longontsteking en middenoorontsteking. Pneumokokkenziekten komen het vaakst voor bij jonge kinderen en ouderen.
Vaccins beschermen ons tegen besmettelijke ziekten, zoals tetanus, polio, rode hond, pneumokokken en meningokokken C.
Een vaccin werkt door het lichaam te helpen zijn eigen antistoffen aan te maken. Deze antistoffen beschermen tegen ziekten. Een vaccin is meestal afgeleid van de bacterie of het virus die de ziekte kan veroorzaken.
Bij een vaccinatie wordt de verzwakte of dode ziekteverwekker in het lichaam gebracht. Hierop gaat het afweersysteem vervolgens aan het werk. Het vaccin prikkelt het immuunsysteem om antistoffen te produceren op ongeveer dezelfde manier als wanneer het echt om de ziekte gaat. Op deze wijze bouwt het lichaam immuniteit (afweer) op tegen een toekomstige infectie.
Juveniele idiopatische artritis is de officiële naam voor jeugdreuma. Juveniel betekent jeugd, idiopatisch betekent oorzaak onbekend, artritis betekent gewrichtsontsteking. Polyarticulair wil zeggen dat meerdere gewrichten van het lichaam aangetast zijn.
Als iemand jonger is dan 16 jaar, en ontstekingen krijgt aan een of meerdere gewrichten die minimaal 6 weken duren en waarvoor bekende oorzaken van artritis zijn uitgesloten, dan noemen artsen dat ‘jeugdreuma’.
Jeugdreuma komt in verschillende vormen voor.
Vooral de gewrichten van schouders, ellebogen, polsen en handen, heupen, knieën, enkels, voeten en de rug worden door jeugdreuma getroffen.
Welke kinderen jeugdreuma krijgen en welke niet is onbekend.
Bij jeugdreuma zijn de gewrichten vaak stijf, gezwollen en pijnlijk. Daarnaast kunnen ze ook warm aanvoelen en er wat roder uitzien. Omdat kinderen niet vaak klagen over pijn en zeker op jonge leeftijd nog wat mollig zijn, is een vertraagde groeiontwikkeling ook een belangrijk symptoom.
In Nederland hebben ongeveer 3000 kinderen jeugdreuma. Het komt ongeveer even vaak voor bij jongens als bij meisjes.
Het syndroom van Prader-Willi is een zeldzame aandoening met kenmerkende verschijnselen en symptomen. De laatste jaren wordt het syndroom van Prader-Willi al kort na de geboorte opgemerkt, als duidelijk wordt dat de baby zeer slappe spieren heeft, slecht drinkt en slecht groeit.
Elk mens is opgebouwd uit miljarden cellen. Alle cellen bevatten chromosomen met daarop genen. Op die genen ‘staat’ precies hoe iemand eruit ziet, zoals kleur ogen. Lichaamsbouw en de ontwikkeling ervan.
In het begin van de zwangerschap kunnen er foutjes ontstaan in het chromosomenmateriaal. Dat is op zich niet iets bijzonders, want zelfs elk ‘gezond’ mens heeft wel ergens een foutje. Meestal ontstaan die niet op belangrijke plekken. Bij het Prader-Willi Syndroom ontbreekt een stukje erfelijke informatie op chromosoom 15. Dit kan worden vastgesteld door een DNA test.
Wat er precies gebeurt bij een kind met Prader-Willi Symptoom is niet helemaal duidelijk. Het vermoeden is dat er een probleem bestaat in het centrale deel van de hersenen, de hypothalamus.
De hypothalamus heeft invloed op de eetlust, slaap en energieniveau. De hypothalamus moet signalen doorgeven aan de hypofyse, een hormoonproducerende klier. Doordat de signalen niet goed worden doorgegeven, ontstaan afwijkingen en het endocriene (hormonale) systeem.
En dat verklaart de latere of geen seksuele ontwikkeling, afwijking in groei en lichaamssamenstelling.
Bepaalde gevolgen van het syndroom van Prader-Willi kunnen verholpen worden door de natuurlijke groeihormoonproductie van het lichaam aan te vullen met synthetisch groeihormoon.
Zoals bij veel genetische aandoeningen het geval is, is ook het syndroom van Prader-Willi niet te genezen.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit ontelbaar veel cellen. Organen, zoals de lever, nieren, huid of longen, zijn opgebouwd uit speciale cellen die nodig zijn om deze organen hun specifieke functies te laten vervullen. De meeste organen blijven gezond doordat de oude, niet goed meer functionerende cellen worden afgestoten en vervangen door nieuwe. Dit is een goed gecontroleerd, continu doorgaand proces.
Bij kanker is dit proces van het vervangen van cellen ontspoord. Door een verstoring van de genetische programmering van de cel blijft deze zich ongecontroleerd delen. Hierdoor ontstaat een groot aantal cellen met dezelfde stoornis, die een gezwel gaan vormen (ook wel tumor genoemd).
Tumoren die niet of weinig schadelijk zijn, worden goedaardige of benigne genoemd. Tumoren die een bedreiging voor de gezondheid vormen, worden kwaadaardig of maligne genoemd.
De prostaat is een klier (vocht producerend en afscheidend orgaan). De prostaat ligt rondom de urinebuis en heeft de vorm en de grootte van een kastanje.
Bij de meeste mannen wordt de prostaat na het dertigste jaar langzaam groter. Deze vergroting kan goedaardig zijn (BPH/goedaardige prostaatvergroting) maar kan ook kwaadaardig zijn. In het laatste geval spreekt men van prostaatkanker.
De meest toegepaste behandelingen bij prostaatkanker zijn;
- Waakzaam wachten (‘watchfull waiting’)
- Opereren
- Bestraling (uitwendig en inwendig/brachytherapie)
- Hormonale therapie
- Chemotherapie (medicijnen)
- Ondersteunende behandelingen
Per jaar wordt in Nederland bij ongeveer 9000 mannen prostaatkanker vastgesteld. Zo’n driekwart hiervan is ouder dan 65 jaar.
Tijdens het onderzoek zal de (huis)arts vaak een PSA-test laten doen. Dit is een bloedonderzoek waarbij de hoeveelheid prostaatspecifiek antigeen (PSA) wordt bepaald. Een verhoogde hoeveelheid PSA kán een aanwijzing zijn voor prostaatkanker.
Psoriasis is een huidaandoening waarbij de huidcellen zich veel sneller vermenigvuldigen dan normaal.
Bij mensen met psoriasis vernieuwt de huid zich niet in 28 dagen maar in 4 tot 5 dagen. De huidcellen hopen zich vervolgens op in laagjes die niet op tijd kunnen worden afgestoten. Er ontstaan dan chronische huidontstekingen en dat geeft schilferende rode plekken die enorm kunnen jeuken. Psoriasis kan zich over het hele lichaam voordoen maar er is een aantal plekken waar het vaker voorkomt. Meestal zit het op de ellebogen, de knieën, de onderrug en de behaarde hoofdhuid.
Plaque psoriasis, ook wel psoriasis vulgaris genoemd, is de meest voorkomende vorm van psoriasis.
De verschillende vormen van psoriasis zijn;
- Plaque psoriasis of psoriasis vulgaris
- Psoriasis inversa
- Psoriasis guttata
- Erythrdermische psoriasis
- Psoriasis pustulosa
- Artritis psoriatica
Over het ontstaan van psoriasis is nog veel onduidelijk. Erfelijkheid speelt een rol, maar ook invloeden van buitenaf zoals bepaalde (infectie)ziekten, roken, alcohol en stress kunnen psoriasis bij mensen die daar aanleg voor hebben, doen opvlammen.
Ongeveer 1 op de 50 mensen in Nederland heeft psoriasis. Dat is ongeveer 2 tot 3% van de bevolking, ongeveer 350000 mensen. Het merendeel heeft een milde vorm van psoriasis.
Psoriasis is absoluut niet besmettelijk.
Pulmonale hypertensie is een abnormale verhoging van de bloeddruk in de longen. Het zou daarom ook ‘hoge bloeddruk van de longen’ kunnen heten.
In gezonde longen is de bloeddruk ongeveer een kwart van de bloeddruk in de rest van het lichaam. Als het nodig is kan de bloeddruk in gezonde longen tijdelijk verhoogd worden (bijvoorbeeld bij inspanning).
Bij patiënten met PH zijn er vaten in de longen vernauwd, waardoor de druk in de bloedvaten stijgt. Zodoende ondervindt de rechterzijde van het hart (die de longen van bloed voorziet) meer weerstand bij het pompen van bloed. Dit is vooral een probleem als de patiënt zich inspant, omdat er dan tijdelijk meer bloed de longen ingepompt moet worden.
De oorzaken van pulmonale hypertensie kunnen velerlei zijn, o.a.:
- aangeboren hartafwijkingen
- bindweefselziekten (bv. sclerodermie, ernstige auto-immuunziekte die een verharding van bindweefsel veroorzaakt)
- medicijnen (bv. bepaalde dieetpillen)
- HIV-infectie
- bloedklonteringen
- longembolieën (afsluiting van een longslagader)
- leverziekten
- erfelijke aanleg
- onbekend (idiopatische-)
Enkele symptomen van PH zijn ongewone vermoeidheid, kortademigheid, pijn op de borst, flauwvallen of bijna-flauwtes en opzwelling van de enkels.
Pulmonale hypertensie kan alleen na een uitgebreid onderzoek door een arts worden vastgesteld.
Reumatoïde artritis (RA) is een chronische gewrichtsontsteking.
Deze chronische ontsteking veroorzaakt vervorming van de gewrichten: het kraakbeen raakt door de ontsteking beschadigd en kan op den duur zelfs verdwijnen.
Ook kan de ruimte tussen de op elkaar passende gewrichtsdelen kleiner worden en uiteindelijk zelfs helemaal verdwijnen.
Daardoor ontstaan vergroeiingen en kunnen de gewrichten niet meer op een normale manier bewegen.
Bij het ontstaan van reumatische aandoeningen kan een mix van aangeboren factoren en omgevingsfactoren een rol spelen. Hoe groot de invloeden van de verschillende factoren zijn, verschilt per persoon en is niet precies bekend.
Bij reumatoïde artritis zijn de gewrichten vaak stijf, gezwollen en pijnlijk. Daarnaast kunnen ze ook warm aanvoelen door de ontsteking. Stijfheid van de gewrichten komt vooral voor in de ochtend (na het opstaan) of wanneer men lang in dezelfde houding heeft gezeten (autorijden).
Andere symptomen kunnen extreme vermoeidheid, slaapstoornissen, griepachtige klachten en bloedarmoede zijn.
Reumatoïde artritis is de meest bekende van de reumatische aandoeningen. Iedereen kan reumatoïde artritis krijgen, al begint het meestal tussen het 40ste en 60ste jaar. In Nederland hebben ruim 150000 mensen deze aandoening (dat is ongeveer 1% van de bevolking).
Een sarcoom is een bepaald soort kwaadaardige aandoening/gezwel.
Een zwelling in de weke delen is meestal goedaardig, zoals vetbulten. Is de zwelling kwaadaardig, dan spreekt men van een weke delen sarcoom.
Een weke delen sarcoom ontstaat als tijdens de ontwikkeling van steun-, spier- of perifeer zenuwweefsel de celdeling ontspoort. Weke delen sarcomen kunnen op diverse plaatsen in het lichaam ontstaan.
Weke delen sarcomen komen niet vaak voor.
Ter inleiding van bepaalde ingrepen (premedicatie) zoals kleine of grote operatieve ingrepen of bepaalde uitgebreide lichamelijke onderzoeken, kunnen slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepinen) worden toegediend.
Sociale angststoornis is angst of het vermijden van sociale situaties.
Als een angst geen reële grond heeft en de betrokken persoon er sociale of beroepsmatige problemen door ondervindt, is er sprake van een stoornis.
Er dient sprake te zijn van buitensporig of onevenredig lang aanhoudende angst en subjectief lijden of belemmering van het dagelijks functioneren.
In het diagnostisch classificatiesysteem DSM-IV worden de volgende angststoornissen onderscheiden:
- Paniekstoornis met of zonder agorafobie (fobie voor het aanwezig zijn op een plaats of in een situatie waaruit ontsnappen moeilijk is of geen hulp te verwachten valt)
- Sociale fobie of angststoornis
- Specifieke of enkelvoudige fobie
- Obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis
- Gegeneraliseerde angststoornis
- Posttraumatische stress-stoornis
- Hypochondrie
- Angststoornis door een lichamelijke aandoening
- Acute stressstoornis
- Angststoornis door alcohol of drugs
Spondylitus ankylopoetica is de officiële naam voor de ziekte van Bechterew.
Roken is een verslavingsziekte.
Tijdens het roken van een sigaret stijgt de nicotinespiegel. Nicotine bindt zich in de hersenen aan de zgn. α4β2-nicotinereceptor, waardoor een sterke piek in de dopamine-afgifte ontstaat. Dopamine is een stof die mensen laat merken wanneer iets goed of bevredigend voelt. Zo komt dopamine vrij bij het ruiken van voedsel, het zien van een geliefde, maar helaas ook bij het gebruik van nicotine, heroïne en cocaïne.
Rokers worden dan ook snel afhankelijk van nicotine en belanden in een vicieuze cirkel. Na het uitmaken van een sigaret daalt de nicotinespiegel, waardoor het verlangen naar een nieuwe sigaret – de dopamine-afgifte – sterk toeneemt.
Er zijn maar weinig maatregelen die een grotere positieve invloed op de gezondheid hebben dan stoppen met roken.
Echter, stoppen met roken is moeilijk en kost veel inspanning. Wereldwijd slaagt minder dan 5% van de rokers die proberen te stoppen, daar ook daadwerkelijk in zonder ondersteuning. Studies tonen aan dat slechts ongeveer 3% van de rokers die stoppen met wilskracht alleen, een jaar later nog steeds niet gerookt hebben.
Doordat roken een psychologisch én fysiek probleem is, is te verklaren dat rokers vele malen proberen te stoppen alvorens daarin te slagen.
In 2011 zegt 25% van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder wel eens te roken. Iets meer dan een kwart van de (ex)rokers in de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder heeft in 2011 in het afgelopen jaar een stoppoging gedaan. 80% van de rokers in de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder gaf in 2011 aan van plan te zijn om in de toekomst te stoppen met roken.
De gezondheidseffecten van stoppen met roken beginnen direct.
Het menselijk lichaam is van nature in staat om bloed te stollen. We kunnen dat goed zien als we een
wondje hebben. Eerst stroomt er bloed uit het wondje, maar al snel zorgt ons lichaam ervoor dat het bloed stolt. Dat is maar goed ook, want anders zou het lichaam te kampen krijgen met een groot
bloedverlies. Bloedstolling is dus van levensbelang.
Trombose is echter een negatiefeffect van de bloedstolling, de bloedstolling schiet als het ware
zijn doel voorbij. Bij trombose is er sprake van teveel stolling, waardoor er een stolsel (een “bloedprop”) ontstaat. Door dit stolsel kan een bloedvat gedeeltelijk of helemaal verstopt raken.
Trombose kan in principe in elk bloedvat optreden. We zien trombose vaak optreden in de aders van benen. Dit wordt een trombosebeen genoemd.
Een geheel of gedeeltelijk verstopt bloedvat betekent dat het bloed niet of niet goed kan komen waar het komen moet. Hierdoor kan het weefsel achter het stolsel minder van bloed voorzien worden. Bij een trombosebeen kan het bloed niet goed uit het been afgevoerd worden. Hierdoor ontstaat er voor het stolsel een opeenhoping van bloed. Door deze stuwing zwelt bij een trombosebeen het been op.
De huid wordt rood en glanzend, en voelt strak en gespannen aan. Bovendien ontstaan er pijnklachten.
Aan trombose ligt meestal geen directe oorzaak ten grondslag. Wel zijn er risicofactoren bekend die trombose kunnen veroorzaken. Hoe meer risicofactoren er zijn, des te groter de kans dat trombose ontstaat. Die risicofactoren zijn een operatie (bijvoorbeeld een heup- of knievervangende operatie) en een been dat langdurig in het gipsverband zit.
Ook overgewicht, spataderen, het slikken van hormonen (met name de anticonceptiepil) en sommige medicijnen tegen overgangsklachten zijn risicofactoren. Net als langdurige bedrust, zwangerschap, kraambed, lange vliegreizen en kanker.
Bij ongeveer de helft van de patiënten is de oorzaak van trombose het bloed zelf.
Bij deze mensen heeft het bloed de neiging om meer te stollen dan gewenst. Dit extra stollen van het bloed is vaak aangeboren. De klachten die bij trombose kunnen optreden kunnen ook bij een aantal andere ziekten optreden. Daarom is het noodzakelijk aan vullend onderzoek te doen om zeker te weten dat het om trombose gaat.
Dit pijnloos en onschadelijk onderzoek bestaat uit een geluidsgolven onderzoek (echo) van de aders van het been. In enkele gevallen is een extra aanvullend röntgencontrastonderzoek (flebografie) nodig.
Acute gevolgen van trombose kunnen zijn dat door een toename in omvang van het bloedstolsel er
stukjes los schieten. Deze stukjes bloedstolsel kunnen met de bloedsomloop meegevoerd worden en uiteindelijk in de longen terecht komen en daar blijven steken. Dit heet dan longembolie. Het gevolg is kortademigheid en pijn bij zuchten en hoesten. Bij deze klachten dient u meteen contact op te nemen met uw behandelend arts.
Door het stolsel en een verminderde bloedcirculatie kan trombose in het been ervoor zorgen dat de
bloeddruk in de aderen te hoog wordt en blijft. Hierdoor blijft het been dikker wat weer pijnklachten
en een moe gevoel geeft. Op langere termijn kunnen er spataderen ontstaan of kan de huid verkleuren. Dit noemt men posttrombotisch syndroom. Om dit te voorkomen is het belangrijk om naast het gebruik van bloedverdunnende middelen een elastisch zwachtel of een op maat aangemeten steunkous gedurende een periode van minimaal twee jaar te dragen.
Wanneer een stukje van een stolsel of een stolsel in zijn geheel van de vaatwand losraakt, wordt meegevoerd met de bloedstroom en vastloopt in een ader of een slagader in de hersenen, dan heet dat een hersenembolie.
Dit kan aanleiding zijn voor een herseninfarct. Naar gelang de grootte van het bloedvat en/of de plaats in de hersenen waar het stolsel vastloopt, kunnen zich verschijnselen als bewusteloosheid, lichte tot ernstige spraakstoornissen of verlammingen voordoen. Indien de gevolgen zich binnen 24 uur herstellen dan spreken we van een TIA. Bij blijvende gevolgen spreekt men van een CVA.
Het syndroom van Turner is een aangeboren aandoening die alleen bij meisjes voorkomt.
Dit syndroom laat een aantal kenmerken zien, die lang niet allemaal in dezelfde mate optreden.
Bij baby’s met het syndroom van Turner kan sprake zijn van een geringe lengte en gewicht, vochtophoping op handen en voeten, en een brede nek door extra huidplooien. Dan, maar ook later, kunnen ook de lage haargrens, onvermogen om ellebogen te strekken en het achterblijven in groei opvallen.
De puberteit blijft bij deze meisjes meestal uit.
Normaal heeft elk mens 46 chromosomen in 23 paren. De ene helft komt van de vader, de andere van de moeder. Een paar bestaat uit geslachtschromosomen. Die bepalen het geslacht van het kind. Een jongen heeft en Y-chromosoom en een X-chromosoom. Een meisje heeft twee X-chromosomen. In het begin van de zwangerschap kunnen er foutjes ontstaan in het chromosomenmateriaal. Dat is op zich niets bijzonders, want zelfs elk ‘gezond’ mens heeft wel ergens een defectje. Meestal ontstaan die niet op belangrijke plekken.
Bij meisjes met het syndroom van Turner blijkt een X-chromosooom helemaal of voor een deel niet aanwezig te zijn.
De kinderarts zal de behandeling met groeihormoon en later in combinatie met oestrogeen afstemmen op de behoefte en ontwikkeling van het kind. Dit moet goed worden gepland om een tijdige groei en seksuele ontwikkeling te realiseren en om het kind zo normaal mogelijk door de puberteit te helpen.
Spondylitus ankylopoetica is de officiële naam voor de ziekte van Bechterew.
Deze chronische aandoening kenmerkt zich door ontstekingen in de onderste delen van de wervelkolom en het SI-gewricht (heiligbeengewricht).
De ontstekingen leiden tot littekenweefsel dat tussen de botten gaat zitten en zelf bot wordt. De wervelkolom verbeent dus, waardoor deze kan kromgroeien en verstijven met pijn en krom lopen als gevolg.
Mensen met de ziekte van Bechterew hebben vaak ook last van oogontstekingen. Ze hebben ook relatief vaak last van chronische ontstekingsziekten van de darmen, zoals colitus ulcerosa of de ziekte van Crohn.
Het is nog niet helemaal duidelijk hoe men de ziekte van Bechterew krijgt, al lijkt erfelijkheid een rol te spelen.
Een bepaald antigeen, HLA B27, komt namelijk bij 90% van de mensen met de ziekte van Bechterew voor. Ook mensen met andere gewrichtsontstekingen en de ziekte van Crohn zijn vaak drager van het HLA-B27-antigeen. Een bloedonderzoek kan dit aantonen.
Dat wil niet zeggen dat iedereen met dit antigeen altijd de ziekte van Bechterew krijgt. Men denkt dat er een infectie van de darmen of urinewegen voor nodig is om de ziekte te laten ontstaan bij die mensen die er gevoelig voor zijn. Ook wordt sinds kort gedacht dat een tekort aan vitamineD – belangrijk voor een goede functie van het afweersysteem en de opname van kalk – van invloed is op het ontstaan van de ziekte van Bechterew.
De meest voorkomende symptomen van de ziekte van Bechterew zijn pijn en stijfheid in de rug en het SI-gewricht. Deze pijn kan doorstralen in de billen en/of bovenbenen. Opvallend is dat de klachten afnemen met beweging en dat de klachten in rust erger worden. Ook komen darmklachten, oogontstekingen, psoriasis (huidziekte), vermoeidheid, gewichtsverlies, nachtzweten en koorts voor.
Minstens 16000 mensen in Nederland hebben de ziekte van Bechterew (circa 0,1% van de bevolking), maar men denkt dat het werkelijke aantal patiënten hoger is. Ongeveer een derde tot een kwart heeft het in ernstige mate.
|
|
|