Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Kindervaccins

RIVM informeert ouders beter over vaccinaties

Leestijd: 3 minuten

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) informeert ouders steeds beter en intensiever over het vaccineren van kinderen tegen bijvoorbeeld polio, rodehond, mazelen en meningokokkenziekte. En dat lijkt te werken, want de landelijke vaccingraad lijkt te stabiliseren, zo meldde het RIVM onlangs.

RIVM informeert ouders beter over vaccinaties

De afgelopen jaren daalde de landelijke vaccinatiegraad telkens een beetje. Steeds meer ouders besloten hun kinderen niet meer te laten vaccineren en dat waren niet langer alleen strenggelovige mensen of met een antroposofische levensvisie.

Ook een groeiend aantal hoogopgeleide, bewust gezond levende ouders begon te twijfelen over het nut van het rijksvaccinatieprogramma. Dat was helemaal goed te zien aan de HPV-prik tegen baarmoederhalskanker die de afgelopen paar jaar slechts door 46 procent van de meisjes werd gehaald.

Om deze ontwikkeling te stoppen, besloot Edith Schippers, de voormalige minister van Gezondheidszorg het RIVM extra geld te geven voor voorlichting aan ouders en zorgprofessionals.

Zo werd een digitale bijscholingscursus voor jeugdartsen ontwikkeld. Daarnaast werd geïnvesteerd in langere gesprekken met ouders. Ook heeft de organisatie de publiekswebsite www.rijksvaccinatieprogramma.nl in een nieuw, fris jasje gestoken.

Daarnaast is ondertussen een extra voorlichtingscampagne gestart, gericht op de meningokokken ACWY-vaccinatie die sinds vorig jaar gegeven wordt aan peuters en tieners van 14 tot 18 jaar. Peuters kregen al sinds 2008 een vaccinatie tegen meningokokken C via het rijksvaccinatieprogramma. Vorig jaar, in 2018 werd besloten om peuters voortaan het uitgebreidere vaccin ACWY te geven. Omdat het RIVM het zorgelijk vond dat het aantal gevallen van meningokokkenziekte bij tieners steeg, werd ook besloten die te gaan inenten. Dit gebeurt gefaseerd.

Eerst hebben alle tieners die in 2018 14 jaar werden tussen 1 mei en 31 december een uitnodiging voor vaccinatie gehad en in 2019 volgen alle tieners die tussen 2001 en 2005 geboren zijn. Om te zorgen dat jongeren ook verschijnen om zich te laten vaccineren, heeft het RIVM fors ingestoken in voorlichting, bijvoorbeeld via de website www.ditdeeljenietmetjevrienden.nl die speciaal voor jongeren bedoeld is. Met duidelijke uitleg over meningokokkenziekte, de vaccinatie en het verhaal van een meisje wiens zusje overleed aan de gevolgen van meningkokkenziekte.

Behoefte aan meer informatie

Het RIVM is er van overtuigd dat het geven van meer en betere voorlichting aan ouders helpt om hen over de streep te trekken. “Het doel is niet om mensen te overtuigen. We moeten het vaccinatieprogramma alleen uitleggen. Mensen maken zich zorgen, daar moet je serieus mee omgaan,” zei Hans van Vliet, programmamanager van het rijksvaccinatieprogramma (RVP) in de Volkskrant en diverse andere landelijke media over de informatiecampagne van het RIVM.

 

Meer tijd voor gesprekken

Uit zijn hoofd kan hij zo opsommen met welke vragen ouders allemaal komen. Over wat een vaccin doet, of er kans is op bijwerkingen zoals autisme of allergieën? Hoe erg je ziek kunt worden als je je niet laat vaccineren? En waarom baby’s al zo vroeg prikken krijgen?

 

Veel foute informatie op internet

Hij heeft er geen probleem mee dat mensen googelen voordat ze hun kind een prik laten geven. “Het heeft ook voordelen. Mensen zijn beter voorbereid en kunnen betere vragen stellen.” Alleen, zo vervolgt hij, is er helaas veel foutieve informatie in omloop op internet. Hierdoor komen mensen via Google verhalen tegen over hersenbeschadigingen en autisme door bijwerkingen van vaccinaties en andere vermeende zaken.

 

’Antroposofen vragen vaak of borstvoeding niet voldoende beschermt tegen ziekten’

En hoewel deze verhalen niet kloppen, kunnen ze wel leiden tot twijfels bij ouders over of het wel verstandig is om je te laten inenten. “Foutieve informatie is gelukkig eenvoudig te weerleggen”, meent Van Vliet.

“Een veel voorkomende vraag van antroposofen is bijvoorbeeld of borstvoeding niet voldoende bescherming biedt. Het antwoord is: nee, niet tegen deze infectieziekten, wel tegen een heleboel andere.”

Vaccinatie in cijfers 

De vaccinatiegraad in Nederland lijkt nu te zijn gestabiliseerd. Deskundigen zijn blij, maar maken zich nog steeds zorgen omdat de vaccinatiegraad voor de meeste vaccinaties in de jaren ervoor telkens langzaam daalde. Nu ligt het gemiddelde percentage voor de meeste vaccinaties in Nederland boven de 90 procent. Dat is echter niet hoog genoeg.

Want om een vaccinatiegraad te halen waarmee je infectieziekten helemaal kunt uitroeien, moet het inentingspercentage minimaal 95 procent zijn. Dat wordt in Nederland met 90,1 procent voor de BMR-prik tegen bof, mazelen en rodehond niet gehaald.

De vaccinatiegraad voor HPV-vaccinatie bij meisjes om baarmoederhalskanker te voorkomen ligt bovendien veel lager. In 2016 liet nog 61 procent van de meisjes zich inenten in 2018 was dat gedaald tot 46 procent. Het RIVM denkt dat de belangrijkste reden voor niet vaccineren, zorgen over mogelijke bijwerkingen van het HPV-vaccin zijn.

Uit onderzoek blijkt echter geen verhoogd risico op bijwerkingen zoals het chronisch vermoeidheidsyndroom waarvoor wordt gevreesd. De opkomst voor het meningokokkenvaccin ACWY voor tieners ligt overigens veel hoger dan die voor het HPV-vaccin. Dat lag in 2018 op 83,6 procent. Dat is een voorlopig cijfer, omdat dit percentage werd berekend toen nog niet alle vaccinaties waren afgerond.

Melkmeisje

Geschiedenis van vaccinaties

De Britse wetenschapper Edward Jenner wordt gezien als de grondlegger van de vaccinaties zoals we die nu kennen. In de 19e eeuw viel het hem op dat melkmeisjes beschermd leken tegen de besmettelijke en toen gevaarlijke pokken. Hij ontdekte dat dit kwam doordat ze tijdens hun werk al besmet raakten met de koepokken, een niet ernstige variant. Hij besmette mensen daarna expres met het koepokkenvirus door het virus via een sneetje in hun huid over te brengen. Dat had effect.

In Nederland ging het Rijksvaccinatieprogramma in 1957 van start met vaccins tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio. Sindsdien is het al vele malen uitgebreid en aangepast, naar gelang de technische en medisch-wetenschappelijke vooruitgang.

Bronnen

Bronnen