Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Leukemie

Stamceltransplantatie als behandeling voor leukemie

4 minuten

Elk jaar krijgen enkele duizenden mensen in Nederland een vorm van leukemie. Stamceltransplantatie is voor een aantal van deze vormen van bloedkanker de enige behandeling die patiënten echt kan genezen op een moment dat andere behandelingen niet meer aanslaan.

Stamceltransplantatie als behandeling voor leukemie
Stamceltransplantaties worden al ruim vijftig jaar uitgevoerd. 

Elk jaar krijgen enkele duizenden mensen in Nederland een vorm van leukemie. Stamceltransplantatie is voor een aantal van deze vormen van bloedkanker de enige behandeling die patiënten echt kan genezen op een moment dat andere behandelingen niet meer aanslaan.

Stamceltransplantaties worden al ruim vijftig jaar uitgevoerd. De basis van de techniek is al die tijd gelijk gebleven. Dat wil echter niet zeggen dat er geen ontwikkelingen zijn.

Het lukt steeds beter om passende donors te vinden voor patiënten

Het lukt steeds beter om passende donors te vinden voor patiënten. Zo lukt het door een grotere stamceldonorbank als gevolg van het groeiende aantal beschikbare donoren en de technische vooruitgang.

Voordat patiënten met leukemie een stamceltransplantatie ondergaan, worden zij eerst behandeld met chemotherapie en radiotherapie. Als deze niet of niet meer voldoende werken, zal de behandelend arts het voorstel tot stamceltransplantatie kunnen doen. Bij ongeveer de helft van de patiënten met leukemie kan stamceltransplantatie zorgen voor genezing.

Zoeken naar een match

Wanneer gekozen wordt voor stamceltransplantatie wordt eerst altijd binnen de familie gezocht naar een geschikte donor, zoals een broer of ouder. In dertig procent van de gevallen wordt op deze manier een match gevonden. Voor zeventig procent van de mensen moet een ‘vreemde’ donor gevonden worden in de wereldwijde stamceldonorbank.

Als er een passende donor is gevonden, wordt deze uitgebreid medisch onderzocht en vervolgens een dag opgenomen in het ziekenhuis voor stamceldonatie. De stamcellen worden na afname zo snel mogelijk door een medische koerier naar het ziekenhuis gebracht waar de patiënt zich bevindt.

Dit kan zomaar aan de andere kant van de wereld zijn. Daarom moeten stamceldonatie en -transplantatie qua timing strak op elkaar worden afgestemd.

stamceldonatie en -transplantatie moeten strak op elkaar worden afgestemd.

Nieuwe bloedcellen aanmaken

De transplantatie zelf is vrij eenvoudig: de stamcellen worden via een infuus toegediend bij de patiënt en gaan vanzelf naar het beenmerg om daar verder uit te groeien. De nieuwe stamcellen gaan nieuwe, gezonde bloedcellen aanmaken: de witte bloedcellen die infecties tegengaan, de rode bloedcellen die zuurstof transporteren en de bloedplaatjes die helpen het bloed te stollen.

Er moeten voortdurend nieuwe bloedcellen worden aangemaakt om de oude cellen te vervangen. Zowel de bloedaanmaak als het afweersysteem van de patiënt worden vervangen door dat van de donor. Na de stamceltransplantatie moet een afweerreactie ontstaan bij een deel van de witte bloedcellen van de donor: de T-lymfocyten, ook wel T-cellen genoemd.

Soms komt deze reactie spontaan op gang. Als dit niet gebeurt kunnen er ook donor T-lymfocyten worden toegediend na de stamceltransplantatie via een zogeheten lymfocyten infusie (DLI). Een DLI kan meerdere keren herhaald tot een afweerreactie optreedt.

Bronnen

Bronnen