Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Longkanker

Visie op de longkankerzorg van de toekomst

Leestijd: 5 minuten

In vroegere eeuwen was het een schuilkerk die een toevlucht bood aan katholieken die na de hervorming geen kerkdiensten meer mochten houden. Maar nu is de Driehoek in Utrecht een congrescentrum, waar zich deze dag ruim honderd oncologieverpleegkundigen hebben verzameld voor de nascholingsbijeenkomst ‘Longkanker in perspectief, share the future’.

Zij luisteren daar naar de visie van verschillende vooraanstaande medisch specialisten op de longkankerzorg van de toekomst.

Naar de huisarts

Zo vertelt Dr. John Hinrichs, Klinisch Moleculair Bioloog in de Pathologie (KMBP) UMC Utrecht/Symbiant Alkmaar een verhaal over steeds verfijndere DNA-technieken. Hij schetste een toekomst waarin mensen een keer per jaar naar de huisarts gaan voor een snelle bloedtest die uitwijst of ze longkanker hebben of niet.

Dr. John Hinrichs, Klinisch Moleculair Bioloog in de Pathologie (KMBP) UMC Utrecht/Symbiant Alkmaar | Pfizer Nederland
Dr. John Hinrichs, Klinisch Moleculair Bioloog in de Pathologie (KMBP) UMC Utrecht/Symbiant Alkmaar. 

’Immunotherapie heeft vaak even de tijd nodig om te werken’

Visie op longkankerzorg | Pfizer Nederland

Daarna praat Dr. Robin Cornelissen, longarts, Erasmus MC Rotterdam, over de ontwikkeling van immunotherapie.

Nu staat die nog in de kinderschoenen, maar in de toekomst zullen onderzoekers steeds meer te weten komen over het immuunsysteem en hoe je dat via immunotherapie aan het werk kunt zetten om kankercellen op te ruimen.

Ook verwacht hij dat er steeds vaker zal worden gekozen voor een combinatiebehandeling van immunotherapie en chemotherapie.

’’Immunotherapie heeft vaak even de tijd nodig om te werken.

Je zou zo’n combinatiebehandeling kunnen geven aan mensen die snel achteruitgaan en veel grote tumoren hebben. Zij zouden hier baat bij kunnen hebben.’’

Visie op Longkankerzorg | Pfizer Nederland

Steeds minder operaties

 

Dr. Houke Klomp, chirurg, NKI-AvL Amsterdam, voorspelt op haar beurt dat in de toekomst steeds meer bestraald en minder geopereerd gaat worden. ’’Ik denk dat stereotactische bestraling een deel van de operaties van stadium I en II-tumoren, dus de kleinere tumoren, gaat vervangen. Bij stadium III-tumoren is de vraag hoeveel we daarbij nog zullen opereren, nu immunotherapieën tot steeds betere resultaten leiden.’’

Wel verwacht ze dat patiënten met uitzaaiingen vaker onder het mes zullen gaan. ’’Chirurgen worden steeds vaker geconfronteerd met patiënten met veel uitzaaiingen, waarbij na immunotherapie nog een tumor overblijft. Die opereren we dan. Al weet niemand wat er op termijn met patiënten gebeurt.’’

Verder verwacht de chirurg dat er steeds meer longsparende operaties worden uitgevoerd waarbij alleen kleine aangetaste stukken worden verwijderd in plaats van volledige longkwabben. Met name bij mensen met een slechte longconditie en kleine tumoren.

Behandeling op maat

 

In het UMC Groningen is men er inmiddels meer dan van overtuigd dat elke longkankerpatiënt uniek is en een behandeling op maat nodig heeft. ’’In 1990 kreeg je als patiënt allemaal dezelfde behandeling. Maar we zijn door de jaren heen steeds meer gaan kijken naar verschillende factoren die een rol spelen zoals genmutaties, zoals de KRAS-, BRAF- en ALK-mutaties. De groep patiënten waarvan we niets weten, wordt gelukkig steeds kleiner,’’ stelt Dr. Anthonie van der Wekken, longarts, UMC Groningen

Hij legt uit dat er in zijn ziekenhuis door een team van specialisten een zogenaamde moleculair tumorboard wordt gemaakt. ’’Een team van longoncologen, moleculair biologen en andere experts zoals pathologen bestudeert de tumor(en) en de genafwijkingen die worden gevonden.’’

‘Ze leeft nog steeds en komt weer lopend de poli op’

Visie op Longkankerzorg | Pfizer Nederland

Op basis van hun bevindingen maken de moleculair biologen een 3d-weergave van de tumor en hoe medicijnen daarop kunnen ingrijpen. ’

’Vervolgens bespreekt het team wat de beste aanpak is voor een tumor: opereren, doelgerichte therapie zoals immunotherapie, chemotherapie of een combinatiebehandeling.’’

De longarts stelt dat de nieuwe behandelingen steeds beter en gerichter werken en leiden tot een betere levenskwaliteit en langere levensverwachting. ’

’Met de nieuwe behandelingen leven patiënten soms nog jaren, terwijl ze eerst zowat stervende waren.

Pas lag er een vrouw op de ic die zowat comateus was. Ze werd naar huis gestuurd met medicatie en de mededeling: na het weekend werkt het of ben je dood. Vier maanden later leeft ze nog en komt ze weer lopend de poli op.’’

Spontane veranderingen in je genen


Het verhaal van Prof. dr. Dirk de Ruysscher, radiotherapeut oncoloog, Maastro Clinic Maastricht, over radiotherapie en stereotactische bestraling in het bijzonder, sluit goed aan bij dat van Antonie van der Wekken. Ook Smit spreekt over mutaties en translocaties: allebei spontane veranderingen in je genen.

Mensen met tumoren van stadium I tot en met III krijgen nu allemaal een vorm van bestraling. ’’Na stadium III worden mensen niet meer bestraald.’’

Er lopen nu veel studies over de combinatie van bestraling en immunotherapie, bij mensen met uitzaaiingen, vervolgt hij. ’’De komende tien jaar is de grootste uitdaging om naast mutaties en translocaties, goede biomarkers te vinden die kunnen aangeven of dat bestraling zin heeft.’’

Naast inhoudelijke verhalen over de toekomst van de kankerzorg is er tijdens de nascholingsbijeenkomst voor longoncologieverpleegkundigen ruimte voor hele andere onderwerpen.

Eerst geeft Prof. dr. Egbert Smit, longarts, NKI-AvL Amsterdam, zijn kijk op de longkankerzorg in Nederland en Europa en alle ingewikkelde protocollen waarin deze zorg is vastgelegd.

Tegenwoordig is de gespecialiseerde longkankerzorg in Nederland geconcentreerd in 14 ziekenhuizen. Een goede zaak, vindt Smit, al maakt hij wel een kanttekening. ’’Het is wel belangrijk dat je naar een gedeeld zorgmodel gaat. Alles wat nodig is, moet in een gespecialiseerd ziekenhuis gebeuren. Maar voor de rest moet een patiënt in zijn eigen ziekenhuis terecht kunnen.’’

Dat klinkt eenvoudig, maar is in de praktijk nog wel eens lastig te realiseren, stelt Smit. ’’Je kunt niet twee hoofdbehandelaren hebben. Degene die de duurste complexe zorg levert is de hoofdbehandelaar. Maar tegelijkertijd kan ik niet verantwoordelijk zijn voor wat het ziekenhuis in Harderwijk daarbuiten doet.’’

Visie op longkankerzorg | Pfizer Nederland

Het laatste onderwerp van de nascholingsbijeenkomst is minder medisch, maar wel herkenbaar voor de oncologieverpleegkundigen, zo blijkt uit de reacties van de zaal: hoe zorg je dat mensen die longkanker krijgen, kunnen blijven werken als ze dat willen.

’’Van de kankerpatiënten verliest een kwart zijn baan en van de mensen met longkanker zelfs 85 procent,’’ vertelt Drs. Tamara Raaijmakers, programma manager, Stichting Centrum Werk Gezondheid Amersfoort, dat [email protected] heeft opgezet, een project voor zorgprofessionals, met het doel om van terugkeer naar werk een behandeldoel te maken. ’’Kunnen blijven werken is vaak heel belangrijk voor mensen’’, voegt Drs. Desiree Dona, klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie, Radboudumc Nijmegen hier aan toe. ’’Arbeid kan letterlijk werken als medicijn.’’