Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Trombose en kanker

Behandeling van trombose bij kanker

4 minuten

Bij patiënten met kanker is het krijgen van trombose een extra complicatie. Wanneer dit gebeurt wordt de patiënt behandeld met een zogenaamd LMWH (laag moleculair gewicht heparine). Een LMWH vertraagt de groei van een bloedstolsel en daarmee heeft het lichaam tijd om het op te ruimen.

Kankerpatiënten met trombose injecteren zich zelf een- tot tweemaaldaags.

Injectie onder de huid

Patiënten kunnen deze vorm van antistollingstherapie zelf toepassen middels een dagelijkse injectie onder de huid. Wanneer een bloedstolsel op een levensbedreigende plek zit, zoals bijvoorbeeld in de hersenen, kunnen ook middelen worden gegeven die het stolsel kunnen oplossen. Als het stolsel elders in het lichaam zit, zal een arts ook een steunkous of zwachtels (compressietherapie) kunnen voorschrijven.

Maar wat gebeurt er daarna?

Nadat iemand eenmaal trombose heeft gehad, loopt hij groter risico om nog een keer trombose te krijgen. Kankerpatiënten lopen extra groot risico op trombose. Dit komt onder meer doordat er schade aan de vaatwanden kan ontstaan door chemotherapie, het effect dat kankercellen hebben op de bloedstolling of omdat de vaatwanden al beschadigd raakten door een eerdere bloedprop. Maar ook langdurige bedrust kan de kans op trombose vergroten. Vaak is de verhoogde kans op trombose bij kanker een samenspel van factoren. Het is verstandig om hier als patiënt vragen te stellen aan de behandelend arts.

 

Het doel van de behandeling van trombose bij kanker is om de kans op herhaling zo klein mogelijk te maken.

Operatie in ernstige gevallen

Het doel van de behandeling van trombose bij kanker is in elk geval om de kans op trombose of herhaling ervan zo klein mogelijk te maken. Een arts zal zijn patiënten daarom regelmatig op controle laten komen. Indien er gegronde redenen voor zijn, is het ook mogelijk om het stolsel chirurgisch te verwijderen. Nadat het stolsel verwijderd is, zal een arts een patiënt verder behandelen met bloedverdunners en soms ook met compressietherapie. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat er geen nieuwe stolsels zullen optreden.ij kanker is om de kans op herhaling zo klein mogelijk te maken.

Bronnen

Bronnen