‘Ik ben te introvert om dokter te zijn en de hele dag met patiënten te praten. Laat mij me liever verdiepen in gezondheidszorgproblemen en hoe je die kunt oplossen. Wat ik uitleg op een feestje over mijn werk? Dat ik eraan werk om nieuwe medicijnen van Pfizer zo snel mogelijk voor patiënten in Nederland beschikbaar te maken. En dat ze vergoed worden door je zorgverzekering.
Als tiener werd het voor mij duidelijk dat mijn toekomst in de gezondheidszorg zou liggen. ‘Maar niet als arts. Ik kan ook slecht tegen bloed, ook niet heel handig, haha.’ Maar waarom dan wel de zorg? Je gezondheid is het allerbelangrijkste dat je bezit. Als je niet gezond bent, dan heeft dat invloed op alles in je leven: alles wat je doet, je relatie en je geluk.
Eigenlijk past mijn huidige functie bij Pfizer ook niet bij mijn timide natuur. Ik ben, voordat ik bij Pfizer terechtkwam, begonnen als onderzoeker. Maar ik vind het traject dat nieuwe geneesmiddelen afleggen voordat ze beschikbaar worden voor patiënten superinteressant. En om dat helemaal van A tot Z te kunnen begeleiden, daar wilde ik graag mijn grenzen voor verleggen.
Wanneer ik het meest gelukkig ben? Wanneer het je na jaren werken met je collega’s lukt om een nieuw geneesmiddel écht bij een patiënt te krijgen. Oh, en op de woensdagen als een collega taart meebrengt.
"Je gezondheid is het allerbelangrijkste dat je bezit"
Natuurlijk is het belangrijk dat er zorgvuldig naar de toelating van medicijnen gekeken wordt. Maar waarom gaat het in andere landen heel anders? In Duitsland worden medicijnen die Europees worden goedgekeurd automatisch vergoed. Pas na een jaar volgt een evaluatie. Zo’n heel traject in de sluis kan in Nederland meer dan anderhalf jaar duren. Dat is voor patiënten hele kostbare tijd. Elke minuut die je verliest doordat een nieuw, duur geneesmiddel blijft hangen in de sluis is een verloren minuut voor een patiënt die erop wacht. Wanneer patiënten echt lang op een nieuw geneesmiddel moeten wachten, bestaat zelfs het risico dat ze er niet meer voor in aanmerking komen zodra het wel beschikbaar is. Maar hoe kan het dan beter verlopen? Kunnen geneesmiddelfabrikanten en de overheid niet samen kijken hoe ze het toelatingsproces kunnen versnellen? Dat zijn vragen die ik mezelf stel. Kunnen onderdelen van het beoordelingsproces niet tegelijkertijd lopen?
Neem als voorbeeld gentherapie. In de meeste gevallen gaat het daarbij om dure, veelbelovende behandelingen voor mensen met een zeldzame ziekte. Voor die patiënten is er vaak geen tijd te verliezen. Helaas is het bij zulke middelen vaak lastig te bepalen of het effect ervan lang zal standhouden. Maar je wil de beoordeling van een geneesmiddel niet uitstellen, waardoor patiënten erop moeten wachten om het te kunnen gebruiken. Precies daarom hoop ik dat voor nieuwe, dure behandelingen vaker vernieuwende oplossingen bedacht kunnen worden die ervoor zorgen dat patiënten er wel sneller over kunnen beschikken. Zoals ‘pay-for-performance’-afspraken waarbij de overheid een geneesmiddel alleen vergoedt als een patiënt baat heeft bij de behandeling. Of een geneesmiddel kan al worden vergoed terwijl het beoordelingsproces nog loopt. Dan kunnen patiënten het al gebruiken terwijl de geneesmiddelenfabrikant nog aanvullend bewijsmateriaal verzamelt.
"Het zou mooi zijn als er voor nieuwe behandelingen vaker vernieuwende oplossingen bedacht kunnen worden die ervoor zorgen dat patiënten er sneller over kunnen beschikken."
Bij nieuwe geneesmiddelen is het heel belangrijk om ‘light speed’ te hanteren. Nogmaals, je wil niet dat patiënten lang moeten wachten op een nieuw geneesmiddel dat misschien hun leven kan verlengen of zelfs kan redden, of dat hun kwaliteit van leven kan verbeteren. ‘Light speed’ is daarom een belangrijk thema binnen Pfizer. Door al vroeg te beginnen met het voorbereiden van medicijndossiers, in samenwerking met lokale en internationale collega’s, heb je al snel een goed beeld van wat de toegevoegde waarde van een middel voor patiënten is, zelfs al voordat het Europees is goedgekeurd. In Nederland is het belangrijk om het Zorginstituut meteen bij zulke processen te betrekken. Zij kunnen je dan direct aangeven wat ze willen zien in een vergoedingsdossier. Andersom kun je, door uit te leggen waarom het lastig is bepaalde informatie te verzamelen, misschien meer begrip kweken en met elkaar aan oplossingen werken.
Ik probeer met mijn collega’s te helpen zorgen dat de reis van een geneesmiddel naar patiënten steeds sneller verloopt, zonder daarbij bochten af te snijden en dus in te leveren op kwaliteit. Als dat lukt, ben ik op mijn best.’
Esra Çakar is Manager Access & Health Technology Assessment
Bent u Zorgprofessional?PP-UNP-NLD-1736