Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Nog 1007 nachtjes slapen tot Tokyo

4 minuten lezen

Elke dag als tafeltennisser Gerald van Grunsven naar sportcentrum Papendal in Arnhem rijdt, ziet hij hoever hij nog verwijderd is van zijn grote droom. Op een groot, elektronisch bord dat daar staat wordt afgeteld. Nog 1007 nachtjes slapen tot de Paralympics in Tokyo. En Gerald traint al vele maanden elke dag keihard om daarbij te zijn.

Nog 1007 nachtjes slapen tot Tokyo

Gerald

bedrijft topsport mét hemofilie

’’Ik tafeltennis nu op hoger niveau dan toen ik nog staand speelde,’’

’’Ik zit nu bij de top 35 van de wereld. Voor 2020 moet ik bij de beste 12 horen en dan mag ik mee,’’ vertelt de altijd montere Gerard, vlak na een sessie bankdrukken. Hij deed pas mee aan de Belgium Open en was in Slowakije te vinden en deze week reist hij naar een groot toernooi in Las Vegas. Alles om zoveel mogelijk wedstrijdervaring op te doen. Door de week is hij echter elke dag in Papendal te vinden, om daar kéihard te trainen als lid van het Nederlands team rolstoeltafeltennis.

Nieuw levensdoel

Dat hij nu op zo’n hoog niveau tafeltennist ‘dankt’ Gerard goedbeschouwd aan de kunstknie die hij in 2013 kreeg. ’’Ik liep al heel slecht en had echt een kunstgewricht nodig. Maar mijn behandelaar vertelde me dat ik daardoor nooit meer zou kunnen tafeltennissen. Waarop ik bedacht ‘ik heb thuis nog een oude rolstoel… dan doe ik het toch zittend. Door zittend te spelen, schakel ik verder risico voor mijn enkels en knieën uit.’ En wanneer hij korte tijd later ook nog eens door een reorganisatie zijn baan kwijtraakt, ziet hij dat als kans om zich op een nieuw levensdoel te richten: lid worden van het Nederlands team rolstoeltafeltennis en de Paralympics in Tokyo bereiken.

Gerald traint vijf keer per week

Onderdeel van het talentenprogramma

’’Ik train hier nu vijf dagen per week,’’ wijst Gerard richting de grote trainingshal waar hij heel wat potjes tafeltennis speelt, maar ook bijvoorbeeld veel kracht- en conditietraining doet. ’’En ik ben onderdeel van het talentenprogramma.’’ Hij lacht hard. ’’En dat op mijn vijftigste!’’

Waar Groot-Brittannië één topsporter heeft met hemofilie in de persoon van wielrenner Alex Dowsett, heeft Nederland dat in de vorm van Gerald van Grunsven. Hij is het toonbeeld van hoe je met een doel én wilskracht heel ver kan komen: chronisch ziek of niet.

Gerald heeft ernstige hemofilie B en daardoor zij zijn gewrichten allemaal zwaar beschadigd. Als kind beschikte hij nog niet over de preventieve profylactische behandelingen die zulke ernstige schade bij kinderen van nu juist voorkomen.

Vele blauwe plekken

Pas een paar jaar na zijn geboorte wordt de diagnose pas bij hem gesteld. Op het moment dat zijn ouders de artsen hebben overtuigd dat zijn vele blauwe plekken écht niet komen omdat ze hem zoveel slaan, vertelt hij.
Als kind is het ziekenhuis in en uit en heeft hij veel last van de beperkingen die hemofilie met zich mee bracht. Hij mag niet voetballen of gymmen zoals de rest. En als tiener wordt het alleen nog maar erger. Uitgaan is te gevaarlijk, fietsen gaat nauwelijks en door lange periodes in het ziekenhuis maakt hij ook geen deel uit van een hechte vriendengroep. Mentaal sterk zijn Soms is hij eigenwijs en gaat Gerald toch naar de bioscoop, een feestje of naar carnaval en af en toe komt hem dat weer duur te staan doordat hij dan weer viel en dagen of weken moest herstellen. Ook raakt hij verknocht aan tafeltennis. ’’Voetballen en gymmen mocht niet en dan kom je algauw uit bij tafeltennis.’’ Al snel verovert de sport zijn hart.

’’Iedereen kan het leren. Maar je moet mentaal sterk zijn en bestand zijn tegen de druk van je tegenstander die continu vlak bij staat. Dat vind ik het mooie van tafeltennis.’’

Grote passie

Door zijn vele ziekenhuisopnames mist Gerald veel school. Het lukt hem toch om de mavo af te maken, maar opties voor vervolgstudies zoals voor arts of verpleegkundige vallen door zijn beperkende aandoening af. Uiteindelijk wordt Gerald bijna volledig afgekeurd. Toch weigert hij een wajong-uitkering, omdat hij per se wil werken.
Thuis doet hij al de boekhouding en facturering voor het varkensbedrijf van zijn vader. Later neemt hij het bedrijf over en uiteindelijk verkoopt hij het bloeiende bedrijf in 2001. Met het idee om meer vrije tijd te hebben.
Zoals voor zijn grote passie tafeltennis. Hij krijgt ook zijn zoons aan het tafeltennissen en nadat hij zelf ook steeds meer en beter gaat spelen, ging hij training geven bij zijn eigen club.

 

Kunstknie als oplossing

Een reorganisatie zorgt er uiteindelijk voor dat Gerald zijn baan verliest. Hij vindt echter al snel een nieuwe baan, bij een groot transportbedrijf van vee en varkens. Omdat de topsporter vindt dat hij zichzelf moet bewijzen aan zijn collega’s, gaat hij zelf weer de varkensstallen in. Het sjouwen met varkens is echter te zwaar voor zijn al fors beschadigde gewrichten.

‘Je kunt veel meer dan je denkt. Ik zette meteen hoog in.’

Met name zijn knieën kunnen het niet meer aan en in 2013 besluit zijn linkerknie er helemaal mee uit te scheiden. Een kunstknie blijkt de oplossing. ’’En ik kreeg te horen dat mijn rechterknie op termijn ook moet worden vervangen.’’

 

Begin van een nieuwe droom

Dit betekent het einde van zijn werkzame leven in de varkensindustrie, maar gelijk het begin van een nieuwe droom. Het halen van Tokyo 2020. ’’Dat is mijn motto: je kunt veel meer dan je denkt. Ik zette meteen hoog in, maar ben al een heel eind,’’ zegt hij glunderend. ’’Tokyo moet ik zeker kunnen halen.’’ Daarnaast hoopt hij andere mensen met hemofilie en zeker leeftijdsgenoten te inspireren om zelf ook te gaan sporten. ’’Veel mensen, zeker van mijn leeftijd of ouder vinden het eng om te gaan sporten. Ze hebben pijnlijke gewrichten en denken dat het erger wordt. Of dat ze bloedingen krijgen, maar dat gebeurt mij zelden. Ik merk juist dat ik veel sterker geworden ben door het sporten.’’

Bronnen

Bronnen

  • Interview met Gerald van Grunsven