Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Topsporter, ondanks of dankzij hemofilie

Leestijd: 4 minuten

Hemofilie heeft Gerald van Grunsven gebracht waar hij nu is. Anders was hij nooit gaan trainen voor de Paralympics in Tokyo. ’’Dat realiseerde ik me goed toen ik pas met mijn vrouw op een toernooi in Thailand was.’’ Tegelijkertijd maakt de stollingsstoornis hem het leven niet makkelijk. Het is van grote invloed op zijn lichaam en zijn prestaties als toptafeltennisser.

Nog één keer trainen en dan is het koffers inpakken en naar een toernooi in Italië vertrekken. Gerald zit er ontspannen bij en eet nog snel even een broodje in het restaurant van sportcentrum Papendal voordat hij de sportzaal in duikt. ’’Het gaat er vooral om dat het mentaal allemaal goed zit…’’

 

Speciale aantekening op zijn wedstrijdkaart

De paratafeltennisser hoopt in Italië weer wat punten te kunnen stijgen op de wereldranglijst. Daarnaast wenst hij na afloop van het toernooi een speciale aantekening op zijn wedstrijdkaart te hebben, waardoor hij voortaan op een andere manier mag serveren dan de rest.

Door zijn hemofilie zijn de gewrichten in zijn armen beschadigd en kan hij zijn onderarmen niet goed kan draaien. ’’Ik kan mijn hand niet vlak houden. Daardoor rolt het balletje weg voordat ik het kan opslaan. Ik probeer het op te lossen door het snel neer te leggen en gauw omhoog te gooien. Maar daar heb ik wel eens punten aftrek voor gekregen.’’

’Ze volgen me het hele toernooi zodat ze goed kunnen zien waar mijn probleem ligt’

In Italië hoopt Gerald te bereiken dat hij het balletje voortaan op een dichte vuist mag leggen en dan omhoog kan gooien. ’’Zo’n aantekening moet de bondscoach regelen. Dat kan alleen tijdens internationale toernooien waarbij een arts en een fysiotherapeut zijn die allebei uit een ander land komen.’’

Zo wordt alle schijn van partijdigheid voorkomen. ’’Ze volgen mij het hele toernooi zodat ze goed zien waar mijn probleem ligt en of deze aanpassing nodig is.’’

Afgekeurd en nu topsporter

De aantekening brengt Gerald hopelijk een stapje dichterbij zijn droom. Hij vertelt dat hij in 2012 toen hij een forse slagaderlijke bloeding in zijn knie kreeg, nooit had gedacht dat hij ooit nog zou kunnen tafeltennissen.

Hij beoefent de wedstrijdsport zowat zijn hele leven en al jaren tegen doktersadviezen in. Na de bloeding, bleek zijn linkerkniegewricht onderhand zo beschadigd, dat een kunstknie nodig was.

Hierna werd hij volledig afgekeurd en kreeg hij van zijn behandelaar te horen dat hij zijn tafeltennisbatje beter in de wilgen kon hangen.

Gerald besloot precies het tegenovergestelde te doen: in een rolstoel verder tafeltennissen en mikken op een topsportcarrière. En met succes! Met zijn vijftig jaar (!) bleek hij goed genoeg voor de topsport-talentklas van NOC*NSF.

Van zijn hemofilie zelf, ondervindt hij tegenwoordig nog maar weinig hinder. ’’Mijn laatste bloeding kan ik me niet herinneren. Vroeger had ik die veel, vooral toen ik ‘remmer’ was. Ik kon jarenlang geen behandeling volgen, omdat mijn lichaam antistoffen aanmaakte.’’ Hierdoor heeft hij forse artropathie. Wat betekent dat hij zijn arm- en beengewrichten moeilijk kan bewegen en voortdurend pijn heeft. ’’Links heb ik een kunstknie. Rechts zou dat ook moeten. Maar ik durf het nog niet aan. Met hemofilie loop je meer kans op complicaties zoals ontstekingen of nabloedingen. En ik ben bang dat ik na afloop mijn knie niet meer kan buigen.’’

Het tafeltennissen doet hij nu steevast zittend, met zijn benen vastgemaakt aan zijn rolstoel. De kans op nieuwe beenblessures is nihil. Zijn armgewrichten belast hij des te meer.

Drie keer per week fysiotherapie

Gerald laat zien dat hij zijn armen niet volledig kan strekken en buigen. ’’Als je zoveel traint als ik, belast je je ellenbogen nog erger.’’

Daarom heeft hij drie keer per week fysiotherapie. ’’Mijn fysiotherapeut was zelf topsporter. Ze kent mijn lichaam goed en weet precies wanneer ik iets nodigs heb… Ik krijg behandelingen met tractie en translatie. Dan wordt getrokken en gedraaid aan mijn armen om ruimte in de gewrichten te krijgen.’’

Trainen en sterker worden

Daarnaast heeft hij sommige speltechnieken op een andere manier moeten aanleren. ’’Doordat ik mijn onderarmen niet goed kan draaien, kan ik geen gewone backhands slaan. Dus heb ik moeten trainen totdat het een automatisme werd en ik het ook tijdens wedstrijden anders kon doen.’’

Ook op het goed raken van scherpe ballen, heeft Gerald flink getraind. Voor zulke ballen moet je snel heen en weer bewegen langs de tafeltennistafel. ’’Je denkt ‘ik ga in een rolstoel spelen, probleem opgelost’. Alleen moet je voortdurend heen en weer rijden. Dat was zwaar in het begin.’’

Dat bleek ook een kwestie van oefenen, sterker worden en er aan wennen. Wat daarbij helpt, zijn de fysieke trainingen die volgt in sportcentrum Papendal. ’’Ik doe veel oefeningen voor mijn romp, schouders en borst.’’ Verder zwemt hij baantjes. ’’Alleen borstcrawl, omdat ik schoolslag met mijn benen niet kan. Het zwemmen is eveneens goed voor mijn schouders en mijn algehele conditie.’’

 

Hij merkt dat hij verder steeds sterker en beter wordt door simpelweg veel te trainen, liefst tegen andere paratafeltennissers.

’’Op Papendal bijvoorbeeld met mijn wedstrijdmaatje Sem. En ik ga regelmatig op woensdag naar Duisburg waar allemaal rolstoelers spelen. Of naar Sint Niklaas waar één van de beste paratafeltennissers ter wereld woont. Het is een flink eind rijden en ik merk het daarna aan mijn lichaam. Maar je moet iets doen om de top de bereiken,’’ lacht hij.

'Ik ben beter af dan veel leeftijdsgenoten met hemofilie, die vaak helemaal niet meer sporten en soms nog nauwelijks kunnen bewegen.'

Tot slot heeft hij bij de pijnstillers die hij sinds driekwart jaar gebruikt, tegen de pijn in zijn armen. ’’Pijn moet je spel niet beheersen. Ik ben met mijn fysiotherapeut gaan zoeken naar een oplossing. Uiteindelijk opperde mijn behandelaar bij de Van Crefeldkliniek om pijnstillers te gebruiken. Ik was bang dat ik meer schade aan mijn gewrichten zou oplopen. Maar zij zei nuchter dat, dat onmogelijk was. De pijnstillers zijn bovendien niet zo zwaar dat je ze als doping kunt zien, haha...’’

Gerald is tevreden over wat hij totnutoe heeft bereikt, ondanks of dankzij zijn hemofilie. Het is volgens mij maar net hoe je het bekijkt. ’’Ik ben beter af dan veel leeftijdsgenoten met hemofilie, die vaak helemaal niet meer sporten en soms nog nauwelijks kunnen bewegen. Ik heb wel last van mijn gewrichten, maar doe ondertussen wel aan topsport.’’