Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Longkanker

Longkanker, symptomen en onderzoeken

5 Minuten

In het begin is de longkanker nog te klein om waarneembare symptomen te geven. Soms wordt een tumor dan bij toeval ontdekt, bijvoorbeeld bij een radiografisch onderzoek van de borstkas. Daarnaast is er een aantal vage symptomen die kunnen wijzen op longkanker, zoals aanhoudende vermoeidheid, minder eetlust en gewichtsverlies.

Het is verstandig om in dat geval je arts te waarschuwen. Ook al komen deze symptomen bij veel ziekten voor. Als je dokter het nodig vindt, kan hij of zij besluiten dat je je een radiologisch onderzoek krijgt. Hoe eerder longkanker wordt gevonden, hoe groter je kans is op genezen.

De klachten die longkanker geeft, hangen af de van de plaats en grootte van de tumor.

Klachten die kunnen wijzen op longkanker

Denk aan de volgende klachten:

 

  • Een hardnekkige prikkelhoest die al een paar weken duurt. Je kunt ook eerst last hebben van een rokershoestje ’s ochtends en dan merken dat het een prikkelendere of scherpere hoest wordt die de hele dag aanhoudt. Het kan ook zijn dat je slijm met wat bloed erin ophoest
  • Kortademigheid
  • Vaak terugkerende longontsteking of een luchtwegontsteking die maar niet overgaat, ook niet na antibioticagebruik.
  • Heesheid die zonder reden ontstaat en dus niet vooraf is gegaan door keelpijn of verkoudheid.
  • Zeurende pijn in je borststreek, rug of in het gebied van je schouders
  • Een slechter wordende conditie.
  • Zwelling van je gezicht of nek, wanneer de lymfeklieren zijn aangetast door kankercellen
  • Hormonale of bloedstoornissen die worden veroorzaakt doordat tumorcellen bepaalde stoffen afgeven. Denk bijvoorbeeld aan stoffen die het calcium- of natriumgehalte in je bloed veranderen.
  • Bolle nagels van de vingers (trommelstokvingers)

Symptomen van uitzaaiingen

 

Een kwaadaardige kanker kan uitzaaien. In geval van metastasen, kunnen er symptomen en klachten optreden in andere delen van het lichaam dan de longen, en dat afhankelijk van de plaats van uitzaaiing:

  • Bij uitzaaiing naar je hersenen kun je last krijgen van hoofdpijn en verwarring.
  • Bij uitzaaiing naar het bot, kan je botpijn krijgen in je rug, armen en benen.
  • Bij uitzaaiing naar de lever, kan je een gele huidskleur krijgen

Diagnose van longkanker: de eerste onderzoeken

Onderzoek bij de huisarts

Wanneer je naar de huisarts gaat met klachten die mogelijk wijzen op longkanker of met een verhaal over longproblemen, zal je arts je eerst een aantal vragen stellen om de oorzaak van de klachten te achterhalen.

Je kunt vragen verwachten die moeten uitwijzen of je klachten mogelijk verband houden met longkanker. Ook krijg je vragen of je andere ziekten hebt of hebt gehad en of er longkanker in de familie zit.

De arts zal een algemeen lichamelijk onderzoek (klinisch onderzoek) uitvoeren. Hij zal naar je hart en longen luisteren en voelen of je klieren en lever vergroot zijn. Dit kan namelijk wijzen op uitzaaiingen.

Ook kan hij besluiten om bloedonderzoek bij je te doen. Bloedonderzoek is belangrijk voor de beoordeling van de algemene gezondheidstoestand. In het bloed kunnen ook verschillende afwijkingen worden waargenomen, zoals leverstoornissen, bloedarmoede en signalen die duiden op een infectie.

Longfoto in het ziekenhuis

 

De huisarts kan je verder naar het ziekenhuis sturen voor een longfoto (een röntgenfoto van je borstkas) en verder kan hij meten hoeveel zuurstof er in je bloed zit en een longfunctietest doen.

Uiteindelijk zal de huisarts de uitslagen met je bespreken en overleggen wat er verder moet gebeuren. Als hij of zij vermoedt dat je longkanker hebt en/of vindt dat er meer onderzoek voor jouw klachten nodig is, wordt je doorverwezen naar een longarts in het ziekenhuis.

De huisarts stuurt de uitslagen van bloedonderzoek, longfoto en longfunctietest naar de longarts of geeft ze aan je mee.

 

Wat doet de longarts?

 

De longarts in het ziekenhuis onderzoekt verder naar waar jouw klachten vandaan komen. De longarts kan vervolgens vaststellen of je longkanker hebt, om welke soort het gaat en in welk stadium de ziekte zich bevindt.

Welke onderzoeken kun je in het ziekenhuis krijgen?

  • Een radiografie van de borstkas maakt het meestal mogelijk een longtumor te ontdekken die als een onregelmatige of stervormige witte vlek op de longfoto zichtbaar is. Is de tumor echter te klein, dan zal hij niet te zien zijn op de radiografie. Een normale radiografie biedt dus geen 100% zekerheid over de afwezigheid van longkanker. Het gaat om een routineonderzoek dat vaak gebruikt wordt, bijvoorbeeld in de arbeidsgeneeskunde, maar dat niet nauwkeurig genoeg is om een diagnose te stellen wanneer men een reëel vermoeden van longkanker heeft

  • Een PET/CT-scan (Positron Emissie Tomografie) is een nucleair geneeskundig onderzoek waarmee het lichaam op een bijzondere manier kan worden afgebeeld.

    Kankercellen verbruiken veel energie en hebben daardoor veel brandstof nodig in de vorm van suiker (glucose). Bij een PET/CT-scan dient een nucleair geneeskundige een kleine hoeveelheid radioactief glucose (18F-FDG) toe. Hierdoor kan het gebruik van glucose in je lichaam in beeld worden gebracht en kunnen infecties worden opgespoord.

    Anders gezegd, zet de radioactieve stof zich op de lichaamszones met verhoogde activiteit. Op de tumor en de eventuele uitzaaiingen dus.

    De kleine hoeveelheid radioactieve stof is niet schadelijk voor je gezondheid en je plast het gewoon weer uit.

  • Een onderdeel van de scan is een CT-scan, waardoor we beelden nog beter kunnen beoordelen. Bij een CT-scan worden met behulp van röntgenstraling meerdere dunne dwarsdoorsneden gemaakt van de lichaamsdelen die worden wordt onderzocht.

    De CT-scan kan zoals gezegd dwarsdoorsnedes van het lichaam maken. Hierdoor kan je een longtumor en eventuele metastasen beter lokaliseren en nauwkeurig meten.

  • MRI-onderzoek

    Beschrijving tonen

    MRI is een afkorting van het Engelse begrip Magnetic Resonance Imaging. Dit betekent dat met behulp van een sterke magneet en radiogolven, afbeeldingen van uw lichaam worden gemaakt. Er wordt geen röntgenstraling gebruikt. Met behulp van het MRI-onderzoek kunnen pezen, spieren, hersenweefsel, kraakbeen, tussenwervelschijven, organen of bloedvaten zichtbaar worden gemaakt.

  • Een radioloog haalt met een lange naald een of meerder stukjes weefsel uit de longen. Dit gebeurt onder plaatselinge verdoving. De patholoog bestudeert het weefsel vervolgens onder een microscoop op de aanwezigheid van kankercellen.

  • Perfusiescan van de longen

    Beschrijving tonen

    Een longscintigrafie is een onderzoek naar de doorbloeding van de longen en de verdeling van de ingeademde lucht in de longen. Om zo ziekteprocessen in de longen op te sporen of uit te sluiten.

    Voor het onderzoek naar de doorbloeding van de longen krijg je wat radioactieve stof toegediend via een injectie in een bloedvat in je arm. Voor het onderzoek naar de luchtdoorstroming moet je via een masker wat radioactieve stof inademen. Tegelijkertijd maakt de arts een aantal scans.

  • Endoscopische echografie vanuit de slokdarm (EUS-FNA)

    Beschrijving tonen

    De longarts maakt een endoscopische echografie vanuit de slokdarm om de ruimte in de borstkast tussen je longen te onderzoeken. De arts neemt tijdens de endoscopische echografie een stukje weefsel weg uit de lymfeklieren in die tussenruimte, ook wel het mediastinum genoemd, voor verder onderzoek.

    Voor het onderzoek wordt je keel verdoofd. Je krijgt via een infuusnaaldje wat kalmeringsmiddel waarvan je wat slaperig wordt. Vervolgens brengt de arts een buigzaam slangetje, de echo-endoscoop in via je mond. Hij gaat van je mond tot in het onderste deel van de slokdarm.

    Via de scoop brengt de dokter een speciale naald in. De arts gebruikt echobeelden om met die naald een stukje weefsel weg te halen. Dit doet geen pijn.

  • EBUS-bronchoscopie

    Beschrijving tonen

    Bij een EBUS-bronchoscopie maakt de longarts een echografie van de luchtwegen. Dit gebeurt met een bronchoscoop waar een echokop op zit.

    Een bronchoscoop is een kijkinstrument, waarmee de arts via een dunne buigzame slang de luchtwegen kan onderzoeken. Hij of zij kan ermee door de wand van de luchtwegen kijken naar eventueel afwijkend weefsel. De arts kijkt vooral naar de klieren die tussen de longen zitten. Als het nodig is, haalt de longarts wat weefsel uit de klieren weg voor onderzoek. Dit doet geen pijn. Voor een EBUS-bronchoscopie wordt je keel plaatselijk verdoofd.

  • Bronchoscopie

    Beschrijving tonen

    Bij een bronchoscopie bekijkt de longarts je luchtwegen (bronchi) met een dun, buigzaam slangetje. Dit kijkinstrument wordt bronchoscoop genoemd. Voor het onderzoek wordt je keel verdoofd. Vervolgens brengt de arts de bronchoscoop via je mond of neus en vervolgens via je keel in de in de luchtpijp en de bronchiën. Op deze manier kan de longarts het slijmvlies aan de binnenkant van je luchtwegen bekijken. Zo nodig kan de arts via dit kijkinstrument slijm afzuigen of hele kleine stukjes weefsel wegnemen voor verder onderzoek. Dit is pijnloos.

    De patholoog zal het weefsel onder de microscoop bekijken om de diagnose van longkanker met zekerheid vast te stellen. Op deze manier kan ook het type longkanker worden vastgesteld: kleincellige of niet-kleincellige longkanker.

  • Een botscan wordt gedaan om uitzaaiingen in de botten op te sporen. Je krijgt voor de scan wat radioactieve stof via een injectie in een bloedvat bij jou ingespoten. Deze stof wordt binnen een paar uur door je botweefsel opgenomen. Daarna gaat je in een scanner. Door de radioactieve stof kunnen al je botten en gewrichten goed in beeld worden gebracht. Er zijn geen bijwerkingen: de radioactieve stof is niet schadelijk en je plast het gewoon weer uit.

  • Opsporen van mutaties in de tumor

    Beschrijving tonen

    Bepaalde soorten niet-kleincellige longkankers hebben cellen met specifieke genetische afwijkingen (mutaties). Patiënten met dit soort kanker kunnen behandeld worden met nieuwe biologische geneesmiddelen die heel doelgericht de kankercellen aanvallen, en daardoor ook minder bijwerkingen hebben.

    Om te achterhalen of een longkanker in aanmerking komt voor zulke behandeling, zijn genetische tests nodig die mutaties van de EGFR-, KRAS- of ALK-eiwitten in kankercellen opsporen.

  • Onderzoek van de longfunctie

    Beschrijving tonen

    Omdat veel longkankerpatiënten (ex-)rokers zijn, hebben ze vaak andere longproblemen zoals chronische bronchitis of longemfyseem. De longarts zal dan ook een grondig onderzoek van de longfunctie doen. De longfunctiereserves bepalen of opereren of bestraling mogelijk is.

In steeds meer ziekenhuizen wordt een snel-diagnostiektraject gebruikt. Dat betekent dat je in één week veel onderzoeken krijgt die nodig zijn om tot een diagnose te komen. Meestal krijg je aan het einde van de week de definitieve uitslag. Je longarts vertelt je wat er aan de hand is en welke behandelingen er mogelijk zijn. De uitslag van gentests kan een paar weken duren.

Bronnen

Bronnen