Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Leukemie

Hoe werkt stamceldonatie?

2 minuten

Als een stamceldonor wordt opgeroepen voor donatie, wordt hij of zij een dag opgenomen in het ziekenhuis. De afname van stamcellen gebeurt bij donoren altijd in het LUMC in Leiden of in het Radboudumc in Nijmegen.

Hoe werkt stamceldonatie?
Met een speciale techniek, afarese genaamd, kunnen stamcellen uit het bloed worden gehaald

Er zijn twee manieren om stamcellen af te nemen. Het kan via het bloed (PBSC: perifere stamcelbloeddonatie) of via het beenmerg. In tweederde van de gevallen wordt gekozen voor stamceldonatie via het bloed. Het is de arts die bepaalt welke vorm wordt gekozen.

 

Stamcellen uit het bloed (PBSC-donatie)

Voordat stamcellen uit het bloed kunnen worden gehaald, krijg de donor eerst vijf dagen lang injecties met een groeifactor (G-CSF). Deze groeifactor is een lichaamseigen stof die wordt aangemaakt wanneer iemand ziek is. Normaal bevinden die bloedvormende stamcellen zich namelijk alleen in het beenmerg in de botten. Door de groeifactor toe te dienen komen de stamcellen in het bloed terecht.

Met een speciale techniek, afarese genaamd, kunnen stamcellen uit het bloed worden gehaald. De donor krijgt in beide armen een infuus. Via het ene infuus stroomt bloed naar een hemafareseapparaat, een soort centrifuge. Hierin worden de verschillende bloedcellen van elkaar gescheiden en worden de stamcellen verzameld.

Vervolgens stroomt het bloed vanaf het apparaat via het andere infuus weer terug in het lichaam van de donor. In een tijdbestek van vier tot zes uur worden zo genoeg stamcellen verzameld

Vermoeidheid als bijwerking

Mensen die hun stamcellen doneren kunnen na afloop van het afstaan van hun stamcellen een wat grieperig gevoel hebben. Ook kunnen ze een beurs gevoel krijgen in hun onderrug en benen.

Dit komt door de toediening van de groeifactor. De bijwerkingen van de stamceldonatie zijn echter onschadelijk. Meestal zijn ze binnen een dag weer verdwenen.

 

Vermoeidheid als bijwerking

Stamcellen uit het beenmerg

Een beenmergdonatie kan erg pijnlijk zijn en heeft daarom plaats onder algehele narcose. Bij een beenmergdonatie worden stamcellen met een dikke naald uit de achterkant van het bekken gehaald.

In het bekken zit veel beenmerg, waardoor het makkelijk kan worden afgetapt. Bovendien is het een groot en stevig bot, waardoor zonder problemen beenmerg kan worden afgenomen.

Ook bij beenmergdonaties zijn er vaak weinig en niet al te ernstige bijwerkingen. Het kan zijn dat een donor na de ingreep een week of twee een beetje beurs gevoel of spierpijn voelt in de onderrug.

Verder kan het bloedverlies tijdelijk leiden tot vermoeidheid na inspanning. Verder kan er lichte bloedarmoede optreden. Dit verdwijnt vanzelf.

Veiligheid staat voorop voor de stamceldonor

Veiligheid staat voorop en de risico’s voor de donor worden tot een minimum beperkt. Vooraf worden er gedetailleerde vragen gesteld over medicijngebruik, overgewicht en bepaalde aandoeningen.

Ook wordt een donor uitgebreid gekeurd door een onafhankelijke arts. Die kijkt bijvoorbeeld of het bloedverlies een probleem zou kunnen vormen en of de donor veilig een narcose kan ondergaan.

Bij stamcelafname uit het bloed wordt ook nagegaan of de donor geen risico loopt op eventuele complicaties door het vooraf toedienen van de groeifactor. Mocht de donor een verhoogd risico lopen, dan gaat de afname van stamcellen niet door.

Controles na de stamceldonatie

Donoren worden eerst na 3 maanden na de donatie en daarna nog eens na 9 tot 11 maanden gecontroleerd door de donorarts. Die informeert ook naar mogelijke klachten.

Bij beenmergdonatie onder narcose is er een nacontrole na 6 weken. Hierbij wordt ook bloed afgenomen. Bij klachten kunnen donoren bovendien tussentijds altijd zelf contact opnemen met de donorarts. Dit wordt tijdens de voorlichting vooraf ook besproken.

Kijk voor meer informatie over stamceldonatie op de website van stichting Matchis.

Tags:
Bronnen

Bronnen