Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Trombose en kanker

‘Maak patiënt bewust van risico op trombose’

5 minuten

Trombose is de meest voorkomende én vaak de best te voorkomen doodsoorzaak bij kankerpatiënten die chemotherapie ondergaan. Veel kankerpatiënten weten echter niet dat ze risico lopen op trombose en ook artsen en verpleegkundigen zijn niet altijd even alert op symptomen. Daar moet verandering in komen vinden Britse onderzoekers.

Veel kankerpatiënten weten niet dat ze risico lopen op trombose

Jaarlijks worden wereldwijd 6,5 miljoen mensen getroffen door trombose.

Normaal heeft één op de duizend patiënten kans op trombose. Bij kankerpatiënten ligt dit percentage hoger. Van alle trombosepatiënten is volgens dit onderzoek 18 procent ook kankerpatiënt.

Omgerekend ontwikkelt één op de vijf mensen met kanker, trombose tijdens zijn ziekteproces. De helft hiervan krijgt al trombose tijdens de eerste drie maanden na de kankerdiagnose.

Trombose bemoeilijkt het behandeltraject en kan ook voor diverse vervelende symptomen zorgen bij mensen.

Doodsoorzaak nummer 1 bij kankerpatiënten

Trombose is ook de nummer één doodsoorzaak bij kankerpatiënten die chemotherapie ondergaan en de meest voorkomende doodsoorzaak bij kankerpatiënten naast de kanker zelf.

In de praktijk blijkt dat zowel patiënten als medisch specialisten en verpleegkundigen die werken met mensen met kanker, onvoldoende op de hoogte zijn van de risico’s van trombose bij kanker.

Dat concludeerden hoogleraar palliatieve medicijnen Simon Noble van Cardiff University en collega-wetenschappers onderzoekers van het Marie Curie Palliatieve Care Research Centre en de Cardiff University in hun Pelican Study (Patients’ Experiences of LIving with CANcer-associated thrombosis) die in 2014 werd gepubliceerd.

De Pelicanstudy

Er werden twintig patiënten van 53 tot 81 jaar gevolgd. Ze hadden uiteenlopende vormen van kanker en gebruikten minstens enkele maanden bloedverdunners.

Voor de start van een chemotherapietraject werden ze allemaal uitvoerig werden geïnformeerd over het risico op febriele neutropenie: een levensbedreigende bijwerking van chemotherapie.

Ze leerden symptomen herkennen en wisten precies wanneer ze medische hulp moesten inschakelen.

Daarentegen bleken ze maar beperkte of geen kennis te hebben van het gevaar op trombose bij kanker. Ze werden hierover niet geïnformeerd door hun behandelend artsen of verpleegkundige en hadden geen idee bij wie ze met vragen of voor informatie terecht konden.

 

Op het moment dat alarmsignalen opdoemden die duidden op trombose - meestal de eerste drie maanden van de behandeling - herkenden zij die vaak niet.

Patiënten schreven ze zelf toe aan bijwerkingen van de chemotherapie of de kanker zelf, met als gevolg dat ze zich pas in een laat stadium in het ziekenhuis meldden.

Soms werd trombose ook ‘toevallig’ ontdekt, bijvoorbeeld tijdens een scan om te ontdekken in welk kankerstadium een patiënt zich bevindt.

Ook gebeurde het dat artsen de verkeerde diagnose stelden wanneer patiënten zich met klachten meldden. Dit leidde meermalen tot verkeerde behandelingen en soms maandenlang voordat alsnog trombose werd vastgesteld.

Vervolgstudie naar kanker- en trombosepoli

Later, in 2016, presenteerden de onderzoekers een vervolgstudie, dit keer in samenwerking met meer Britse ziekenhuizen en onderzoekscentra op het gebied van kanker en/of trombose.

Voor dit onderzoek, dat werd gepubliceerd in de British Medical Journal, onderzochten de wetenschappers daarom of het nuttig is om een kanker- en trombosepolikliniek in ziekenhuizen in te stellen. Als centraal aanspreekpunt voor patiënten en artsen. In Britse streekziekenhuizen blijkt dit vooralsnog een succes te zijn.

De kanker- en trombosepoli

Het idee is dat patiënten uiterlijk een maand na diagnose, naar een kanker- en trombosepoli gaan. Een gespecialiseerd verpleegkundige geeft informatie over trombose bij kanker, de symptomen en gevaren ervan en wat het belang is van een snelle medische behandeling, inclusief prikles, indien nodig.

Dat dit nuttig is, constateerden de onderzoekers al bij hun eerste studie in 2014. Toen gaven patiënten aan, dat wanneer de behandeling tegen trombose vroegtijdig werd ingepast in hun kankerbehandeling, het goed lukte om de dagelijkse injecties onderdeel te laten uitmaken van hun dagritme.

In de praktijk voorkomt dat veel stress en het vermindert volgens de onderzoekers op termijn ook het risico op ernstige psychische stoornissen zoals het posttraumatisch stresssyndroom.

 

'Geen informatie over trombose als bijwerking'

Trombose voorkomen

De patiënten gingen verschillende keren naar de kanker- en trombosepoli en kregen de laatste keer, na zes maanden – mits ze klaar waren met hun kankerbehandeling - uitleg over het feit dat zij ook in de toekomst verhoogd risico lopen op trombose.

Voortaan moeten ze bij operaties rekening houden met het feit, dat ze van tevoren antistollingsmiddelen moeten gebruiken om trombose te voorkomen.

In 2014 stelden de onderzoekers van de Pelican Study al dat ze hoopten dat een centrale aanpak van trombose bij kanker ertoe zou leiden dat er in de toekomst minder kankerpatiënten overlijden aan de gevolgen van trombose.

Door een centrale aanpak overlijden minder kankerpatiënten aan de gevolgen van trombose

Merkbare afname zorgkosten

Amerikaans onderzoek naar ervaringen met poliklinieken voor trombose en kanker zoals die al langer bestaan in ziekenhuizen in Cleveland, lijkt de hoop van de Britse wetenschappers te bevestigen.

Door de centrale aanpak en doordat kankerspecialisten en -verpleegkundigen alerter zijn op het ontstaan van trombose bij kanker en van een neutropene sepsis bij chemotherapie als ernstige bijwerking, is het aantal sterfgevallen en bloedingen onder patiënten met kanker en trombose gedaald.

Daarnaast zijn de zorgkosten merkbaar afgenomen.

Bronnen
Meer informatie

Bronnen

Meer informatie

Lees meer over de Pelicanstudy en het vervolgonderzoek via deze links: