Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Meer lezen over biosimilars?

Vraag je arts waarom hij wil dat je overstapt

3 minuten

Als je een chronische ontstekingsziekte hebt zoals een vorm van reuma, colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn, is de kans groot dat je al langere tijd een biologisch geneesmiddel gebruikt en daar goede ervaringen mee hebt. Het kan nu zijn dat je arts wil dat je een biosimilar gaat gebruiken. Hoe hou je controle als patiënt? Hoe zorg je dat je weet wat je krijgt? We geven je een aantal tips.

Vraag je arts waarom hij wil dat je overstapt

Maak een vragenlijst

Maak voordat je bij je behandelend arts of verpleegkundige komt, eerst een lijstje met vragen waar je per sé antwoord op wil, om zo tijdens het gesprek met je arts of verpleegkundige niets te vergeten. Wees niet bang om vragen te stellen. Je mag en kan hen alles vragen wat jij belangrijk vindt.

 

Praat mee over je eigen behandeling

Zorg dat je bij je eigen behandeling betrokken bent. Praat mee over je eigen aandoening en behandeling daarvan. Beslis op die manier samen in plaats van dat alleen de dokter het woord voert. 

Vertel je arts kortom wat jij belangrijk vindt en wat je verwacht van jouw behandeling

Vertel je arts kortom wat jij belangrijk vindt en wat je verwacht van jouw behandeling. Wil je pijnvrij zijn? Wil je kunnen werken of zijn wellicht ook andere dingen voor jou belangrijk? Kortom, wanneer is ook naar jouw eigen oordeel een behandeling goed voor jou?

 

 

Neem iemand mee

 

Vier oren horen altijd meer dan twee en het is altijd handig om iemand mee te nemen naar een gesprek met een arts of verpleegkundige om die mee te laten luisteren. Ook kan diegene erop letten dat je alle vragen stelt die je wilde stellen en alle antwoorden krijgt die je verwacht. 

 

Schrijf je wensen en verwachtingen op

Wat kun je zelf verder doen?

Lees voordat je met de behandeling met een biosimilar begint, eerst de bijsluiter van je geneesmiddel. Daarin staat belangrijke informatie over het gebruik ervan.

Om er zeker van te zijn dat patiënten begrijpen welk geneesmiddel ze krijgen voorgeschreven - zeker wanneer ze overstappen naar een biosimilar - heeft de Europese geneesmiddelenautoriteit (EMA) bepaald dat artsen een biologisch geneesmiddel (zowel alle originele middelen als de biosimilars) alleen mogen voorschrijven op hun merknaam en niet alleen op de naam van de werkzame stof.

Als je met deze wetenschap en na het doorlezen van de bijsluiter nog vragen hebt, stel die dan aan je arts of apotheker.

Voorbeelden van vragen aan je arts/verpleegkundige

  • Vraag naar het verschil tussen het jouw eerder voorgeschreven merkmedicijn en de biosimilar daarvan die je nu voorgesteld kreeg.

Een zorgprofessional moet je kunnen uitleggen wat een oorspronkelijk biologisch geneesmiddel is en wat het verschil is met een biosimilar van dat geneesmiddel.

Een biosimilar mag op pas de markt verschijnen als aangenomen mag worden dat het precies dezelfde werking heeft en het even veilig is als het geneesmiddel dat je eerder voorgeschreven kreeg. 

  • Vraag je arts waarom hij wil dat je overstapt

Je behandelend arts moet je kunnen uitleggen waarom hij het een goed idee vindt dat je overstapt op een biosimilar. Het ministerie van Volksgezondheid en de artsenorganisatie Federatie Medisch Specialisten (FMS) vinden niet per sé dat de prijs van een geneesmiddel leidend mag zijn voor welk middel jij krijgt. Een arts zal je alleen voorstellen om te switchen als via onderzoek is bewezen dat de biosimilar even goed werkt en net zo veilig is als het middel dat je al gebruikte. 

  • Vraag waarom je een biosimilar krijgt

Het standpunt van de overheid en de FMS is dat het goed is om nieuwe patiënten meteen een biosimilar voor te schrijven, als uit onderzoek is gebleken dat dit even effectief en veilig is.

Ook mogen mensen die al een oorspronkelijk biologisch geneesmiddel gebruiken,switchen mits bewezen is dat de biosimilar van dit geneesmiddel even goed werkt en veilig is. Verder moet een patiënt goed worden voorgelicht over het switchen. Laat je als patiënt kortom duidelijk uitleggen waarom je arts wil dat je een biosimilar gaat gebruiken. 

Trek aan de bel wanneer je het idee hebt dat het nieuwe middel anders werkt dan je verwacht

  • Praat met je arts over mogelijke bijwerkingen van een switch naar een biosimilar en lees hierover in de bijsluiter van dit medicijn. Als je vermoedt dat je bijwerkingen hebt, praat hier dan over met je arts of apotheker.

Soms treden bijwerkingen ook pas op als je het nieuwe geneesmiddel al een tijd gebruikt. Trek dan ook direct aan de bel wanneer je meteen of na een tijdje gebruiken het idee hebt dat het nieuwe middel anders werkt dan je verwacht.

Of wanneer je denkt dat het misschien wel helemaal niet werkt. Je arts kan bijvoorbeeld aan de hand van jouw informatie en laboratoriumuitslagen samen met jou beoordelen of de switch voor jou een goede keuze was. 

  • Vraag wat je kunt doen als je bijwerkingen of meer klachten krijgt

Zoals eerder gezegd is het goed om direct de arts of verpleegkundige te waarschuwen bij bijwerkingen of wanneer je het idee hebt dat je meer klachten krijgt. 

Bijwerkingen moeten altijd worden gemeld. Dit geldt overigens voor alle geneesmiddelen. Alle bijwerkingen worden in Nederland verzameld door het Lareb, het Nederlandse bijwerkingencentrumvoor geneesmiddelen. 

Ernstige meldingen stuurt Lareb binnen 15 dagen door aan het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Geneesmiddelenmakers houden ook zelf bijwerkingenrapportages bij, omdat ze hun medicijnen blijvend willen monitoren en verbeteren.

Ook bij biosimilars is het bijhouden van rapportages van belang, omdat dit kan helpen om een objectief beeld te vormen van de ervaringen van patiënten en behandelaars.Mogelijk zijn niet alle bijwerkingen die kunnen optreden al bekend op het moment dat het middel na goedkeuring voor het eerst aan patiënten kan worden voorgeschreven.

  • Praat over wat je kunt verwachten

Laat je goed uitleggen hoe een origineel biologisch geneesmiddel en de biosimilar daarvan werken en wat ze precies doen in je lichaam. 

  • Vraag of het middel op dezelfde wijze wordt toegediend

Vraag ook uitleg over het toedienen ervan of hoe je dit afhankelijk van het gekozen middel dit eventueel zelf zou kunnen doen.  

  • Vraag welke steun je kunt verwachten van familie en vrienden

Vraag wat je zelf kunt doen om jezelf te helpen

  • Uit je zorgen

Tot slot, het is belangrijk om eventuele zorgen te uiten. Denk niet dat het dom zou kunnen overkomen als je vragen stelt zoals:‘wat als het niet meer werkt?’ en is ‘overstappen wel veilig?’.

Als je, je zorgen maakt over het switchen, is het belangrijk daar goed met je arts of verpleegkundige te praten. Zij kunnen je eventuele angst wegnemen door je goed te informeren.